Steeds vaker nemen bewoners zelf het initiatief om hun buurt te verbeteren en de gemeenschap te versterken. Een gezamenlijke moestuin, een buurtfestival, een project om eenzaamheid tegen te gaan. Geen grote plannen van bovenaf, maar ideeën die ontstaan op straat, in portieken of aan de keukentafel. Maar hoe komen dit soort ideeën van de grond? En wie bepaalt welke plannen doorgaan? Daar spelen gemeenschapsfondsen, ook wel buurtfondsen, een belangrijke rol in. In dit artikel leggen we uit wat gemeenschapsfondsen zijn en hoe ze werken.
Een gemeenschapsfonds is een fonds dat zich richt op één buurt, wijk of stad, en waarbij bewoners zelf beslissen waar het geld naartoe gaat. Dit wordt ook wel een buurtfonds of bewonersfonds genoemd. Bewoners bedenken plannen voor hun buurt en beslissen samen welke plannen geld krijgen. Zo beslissen niet externe partijen, maar de mensen uit de buurt zelf. Dit is direct het grootste verschil met traditionele fondsen. Een externe commissie staat verder van de specifieke omgeving af. Een gemeenschapsfonds vertrouwt op de buurtbewoners, zij weten wat er speelt en wat nodig is. Bij onze samenwerkingspartner Mensen Maken Amsterdam werkt dit heel concreet. Bewoners kunnen een idee indienen én meebeslissen over andere plannen door plaats te nemen in het buurtcomité. Het uitgangspunt is simpel: vertrouwen in bewoners en ruimte om te doen.
Gemeenschapsfondsen bestaan internationaal al veel langer dan in Nederland. In de Verenigde Staten gaan ze zelfs terug tot het begin van de 20e eeuw. Zo bestaat het Community Fund in Central New York al sinds 1927 en heeft het honderden miljoenen dollars geïnvesteerd in lokale initiatieven. Het Verenigd Koninkrijk bracht deze vorm van investeren in gemeenschappen naar Europa. Daar werd het eerste gemeenschapsfonds in 1975 opgericht. De beweging groeide snel, mede dankzij steun van fondsen en de oprichting van een landelijke koepelorganisatie. Inmiddels zijn gemeenschapsfondsen bijna overal in het Verenigd Koninkrijk te vinden en beheren ze gezamenlijk miljarden aan vermogen voor lokale projecten.
Het model uit het Verenigd Koninkrijk heeft duidelijk invloed gehad op de gemeenschapsfondsen hier in Nederland. Door de ontzuiling vanaf de jaren 60 organiseerden gemeenschappen zich niet meer alleen binnen hun eigen netwerken, zoals kerk, vereniging of politieke stroming. De gemeenschapsfondsen sloten goed aan op de behoefte om lokaal te organiseren en voor je eigen omgeving te zorgen.
Rond 2012 werd er een belangrijke stap gezet door het Ministerie van Binnenlandse Zaken samen met de Samenwerkende Brancheorganisaties Filantropie (SBF). Zij werkten aan de verdere ontwikkeling van gemeenschapsfondsen in Nederland. Sindsdien zijn buurtfondsen in opkomst en worden ze steeds vaker ingezet als manier om bewoners meer zeggenschap te geven over hun buurt.
Gemeenschapsfondsen zijn ontstaan omdat veel bewoners het gevoel hadden dat beslissingen over hun buurt te ver van hen af stonden. Ideeën moesten vaak door ingewikkelde regels en procedures heen, en het was niet altijd duidelijk wie er eigenlijk besloot. Ook passen sommige ideeën niet helemaal binnen de subsidie kaders van de verschillende loketten van overheden en fondsen.
Tegelijkertijd zagen organisaties en overheden dat bewoners juist veel goede ideeën hebben voor hun eigen omgeving. Ideeën die goed aansluiten op wat er echt speelt in de buurt. Soms beter dan de ideeën die van boven af bedacht worden. Gemeenschapsfondsen brengen die twee dingen samen met geld. Ze maken het makkelijker om een idee uit te voeren, zorgen ervoor dat bewoners zelf mee kunnen beslissen én dat er geld beschikbaar is. Het uitgangspunt is: als je meer mensen vertrouwen geeft en ruimte om iets te doen, gebeurt er meer en vaak ook beter. Gemeenschapsfondsen werken als schakel tussen bewoners, donateurs en lokale initiatieven.
Gemeenschapsfondsen hebben vaak verschillende doelen, maar in de kern draait het altijd om hetzelfde: een buurt sterker, fijner en meer verbonden maken. Daarnaast zijn er een aantal andere doelen te onderscheiden:
Veel initiatieven die steun krijgen, zorgen ervoor dat mensen elkaar ontmoeten. Denk aan activiteiten die buren samenbrengen, nieuwe contacten mogelijk maken of helpen om eenzaamheid te doorbreken.
Daarnaast dragen gemeenschapsfondsen bij aan de leefbaarheid van een buurt. Dat kan gaan om projecten die de buurt groener maken, veiliger laten voelen of simpelweg gezelliger. Juist de kleine, lokale initiatieven maken hierin vaak het verschil.
Een ander belangrijk doel is om bewoners meer invloed te geven. Niet alleen door ideeën mogelijk te maken, maar ook door hen mee te laten beslissen. Daardoor ontstaat er meer eigenaarschap: mensen voelen dat het ook echt hún buurt is.
Soms kan het doel zijn om geldstromen die er toch al zijn, beter te benutten. Bijvoorbeeld landelijk of regionaal geld vanuit de overheid. Hoe fijn is het als bewoners meer zeggenschap hebben over die geldstromen die betrekking hebben op hun eigen buurt.
Tot slot bieden gemeenschapsfondsen ruimte aan ideeën die anders moeilijk van de grond komen. Initiatieven die misschien te klein zijn voor grote subsidies of bewoners die goede plannen hebben maar moeite hebben met het schrijven van een plan of aanvraag. Maar die wel grote impact hebben op straatniveau.
Het geld van een gemeenschapsfonds komt meestal uit verschillende bronnen. Vaak is het een combinatie van bijdragen van gemeenten, fondsen, bedrijven en donateurs. Soms dragen ook bewoners zelf bij, bijvoorbeeld via een gift of actie in de buurt. Die mix is juist belangrijk. Het zorgt ervoor dat het fonds niet afhankelijk is van één partij en dat meerdere mensen en organisaties betrokken zijn bij wat er in de buurt gebeurt en het fonds echt van de gemeenschap is. Steeds vaker zien we ook dat geld dat beschikbaar komt door het gezamenlijk opwekken van wind en zon energie, in een gemeenschapsfonds gestort wordt.
Hoe dat geld eruitziet, verschilt per fonds. Sommige werken vooral met budgetten die elk jaar beschikbaar worden gesteld en direct worden uitgegeven aan initiatieven. Andere fondsen bouwen daarnaast ook een vermogen op. Dat betekent dat een deel van het geld wordt gereserveerd of geïnvesteerd, zodat er ook in de toekomst geld beschikbaar blijft voor de buurt. In principe zijn het voornamelijk vermogensfondsen die dit doen in Nederland, maar er zijn wel internationale voorbeelden van gemeenschapsfondsen die vermogen bouwen om organisatiekosten te dekken.
De bedoeling van gemeenschapsfondsen is dat het geld lokaal wordt ingezet. Het blijft in de buurt en komt terecht bij initiatieven van bewoners zelf. Het bouwen van vermogen als gemeenschapsfonds is om die reden niet erg gebruikelijk.
De manier waarop je een aanvraag doet bij een gemeenschapsfonds kan per fonds verschillen, maar de gedachte erachter is vaak hetzelfde: het moet zo makkelijk mogelijk zijn om mee te doen.
Wat deze manieren gemeen hebben, is dat ze laagdrempelig zijn. Je hoeft meestal geen organisatie of stichting te zijn en het hoeft niet perfect op papier te staan. Het idee en de impact op de buurt staan centraal.
Nadat een idee is ingediend, komt het terecht bij een buurtcomité. Dit is een groep bewoners uit de buurt die samen naar de aanvragen kijken. Zij bespreken de plannen, stellen vragen en denken mee. Vaak gaat het niet alleen om een simpel ja of nee, maar juist ook om het gesprek: past dit idee bij de buurt? Voor wie is het bedoeld? En wat voegt het toe? Bij gemeenschapsfondsen draait alles om democratische besluitvorming.
Democratische besluitvorming betekent dat beslissingen niet door één persoon of organisatie worden genomen, maar samen door bewoners. Het gaat dus niet alleen om stemmen of kiezen, maar om samen afwegen. Verschillende perspectieven komen aan tafel en worden meegenomen in het besluit. Daardoor ontstaat er een besluit dat niet alleen inhoudelijk klopt, maar ook gedragen wordt door de buurt.
Doordat bewoners zelf meebeslissen, ontstaat er meer betrokkenheid en eigenaarschap. Mensen voelen zich verantwoordelijk voor wat er gebeurt en zien direct het resultaat van hun keuzes. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat verschillende stemmen gehoord worden. Niet alleen de mensen die makkelijk hun weg vinden in systemen, maar juist ook bewoners die anders minder snel aan tafel zitten. Het is niet altijd de snelste manier, maar wel een manier die beter aansluit bij de buurt zelf.
Zoals bij elke manier van werken, kent ook het werken met gemeenschapsfondsen uitdagingen. Het kost bijvoorbeeld tijd om samen tot een besluit te komen. Omdat bewoners met elkaar in gesprek gaan en verschillende perspectieven meenemen, is het proces soms minder snel dan bij een traditionele beoordeling.
Ook is het niet vanzelfsprekend dat iedereen zich aangesproken voelt om mee te doen. Het blijft een uitdaging om een diverse groep bewoners te bereiken en te betrekken, zodat initiatieven en besluiten echt een goede afspiegeling zijn van de buurt.
Daarnaast kunnen verwachtingen soms onduidelijk zijn, zeker voor mensen die voor het eerst een aanvraag doen. Wanneer krijg je antwoord? Waar wordt precies op gelet? Dat vraagt om heldere communicatie en begeleiding. Tegelijkertijd zit juist in deze manier van werken ook de kracht. Doordat bewoners zelf meebeslissen, ontstaat er meer betrokkenheid. Mensen voelen zich verantwoordelijk voor hun buurt en zien direct wat hun inzet oplevert. Dat zorgt voor energie en motivatie om opnieuw iets te organiseren of bij te dragen.
Ook werkt de laagdrempeligheid goed. Omdat het proces toegankelijk is en niet draait om ingewikkelde regels, doen meer mensen mee. Ideeën die anders misschien blijven liggen, krijgen nu wél de kans om uitgevoerd te worden.
En misschien wel het belangrijkste: de plannen sluiten beter aan op wat er echt speelt in de buurt. Ze komen namelijk van de mensen zelf. Daardoor zijn de resultaten vaak zichtbaar, concreet en waardevol voor de directe omgeving.
Wil je zelf een gemeenschapsfonds opzetten in je buurt of dorp? Dan helpt het om het stap voor stap aan te pakken.
Mensen Maken Amsterdam brengt praktijkervaring mee uit de stad, waar in verschillende buurten buurtfondsen worden gerund. En waar bewoners dus al meer dan 10 jaar samen beslissen over buurtinitiatieven. LSA bewoners verbindt en ondersteunt bewonersinitiatieven in heel Nederland. Een hele logische samenwerking dus!
Samen werken we de komende jaren aan meer gemeenschapsfondsen in Nederland. Door kennis en ervaringen te delen, goede voorbeelden te laten zien en trainingen en bijeenkomsten te organiseren.
Wil je wat hulp bij het opstarten van een gemeenschapsfonds in jouw buurt? Neem dan contact met ons op! Mail of bel met Marieke. Of bekijk onze agenda voor de eerstvolgende training of bijeenkomst over gemeenschapsfondsen.