Bewoners maken Almelo nog duurzamer en groener met een bijdrage van het Twentse Noaber Fonds
Zeg je Twente, dan zeg je ‘noaberschap’; buren die naar elkaar omkijken, voor elkaar klaarstaan en elkaar bijstaan met raad en daad. Onder het motto ‘Maak jouw stukje Twente mooier’ zet het Twentse Noabers Fonds zich in voor de versterking van noaberschap. Twentenaren met een idee voor de buurt of gemeenschap, kunnen hun initiatief een kickstart geven met kennis, middelen en een betrokken netwerk. Penningmeester Jillis Kors vertelt hoe dat in de praktijk gaat.
Van kleinschalige buurtprojecten, zoals een moestuin, tot de herbestemming van een leegstaande kerk: sinds de oprichting in 2019 heeft het Twentse Noabers Fonds tal van initiatieven ondersteund. Het fonds ontstond in een periode waarin de overheid zich steeds verder terugtrok. ‘Er werd meer van burgers gevraagd op het gebied van zorg, veiligheid en leefbaarheid’, vertelt Jillis. ‘Tegelijkertijd werd het lastiger voor burgers om maatschappelijke initiatieven te bekostigen. Toen er in de regio een bedrag werd gedoneerd door een fonds voor dierenwelzijn, zijn wij dat samen met een maatschappelijke makelaar gaan beheren.’ Inmiddels werkt het Twentse Noabers Fonds als een zogenoemd paraplufonds, met verschillende bestemmingsfondsen rond biodiversiteit, ouderenzorg en verkeersveiligheid. ‘Het doel is het bevorderen van sociale cohesie en participatie, met extra aandacht voor kansarme en kwetsbare groepen.’
Naast het bieden van kennis en een groot netwerk, kunnen Twentenaren met een idee voor hun omgeving financieel worden ondersteund, tot een bedrag van 2.000 euro. Dat geld is voor een groot deel afkomstig van subsidies en donaties, maar om continuïteit te waarborgen wedt het Twentse Noabers Fonds op meerdere paarden. Jillis: ‘We hebben fondsen overgenomen. Het geld van één van onze fondsen is belegd. Dat hebben we in samenwerking met de Rabobank gedaan. Zo bouwen we continuïteitsreserve en kunnen we leven van de rente.’
Toegankelijk en zonder ingewikkelde procedures, dat is wat het Twentse Noabers Fonds onderscheidt van andere, grotere fondsen. Inwoners kunnen relatief eenvoudig een aanvraag doen. Via een formulier beschrijven zij hun idee, de betrokkenen, de planning en leveren ze een begroting aan. Vier à vijf keer per jaar komt het bestuur bijeen om de aanvragen te beoordelen. ‘Onze bestuursleden zijn actief betrokken in de samenleving’, legt Jillis uit. ‘Met onze verschillende netwerken zijn we de oren en ogen van de buurt. Zo weten we waar de behoeften liggen. Maar heel eerlijk, als een aanvraag binnen onze doelstelling past, keuren we het altijd goed.’ Opvallend is dat het fonds niet alleen activiteiten financiert, maar ook de oprichting van verenigingen en stichtingen ondersteunt. ‘Veel bewonersinitiatieven lopen vast omdat ze geen formele organisatie zijn. Wij helpen ze juist die stap te zetten.’
De eenvoud van het fonds blijkt verrassend goed te werken. Het helpt het fonds om dicht bij de gemeenschap te blijven. Toch zijn er ook uitdagingen geweest, zoals het verkrijgen van een ANBI-status. ‘Dat verzoek werd in eerste instantie afgewezen, omdat we onze doelstellingen niet juist formuleerden. Na het aanscherpen van onze doelstelling kregen we de status alsnog, maar het was een spannende periode.’ Ook de rol van het fonds zelf is voortdurend onderwerp van gesprek. ‘Wat wil je wel en niet financieren? Vastgoed bijvoorbeeld is ingewikkeld, zeker als je als vrijwilligersbestuur niet alle expertise in huis hebt. Wat onze maatschappelijke opdracht betreft en het overleg met bewoners laten we ons adviseren en werken we samen met het Europese communitynetwerk, ECFI.’
Hoe Jillis de toekomst van het Twentse Noabers Fonds ziet? Nog steeds lokaal en regionaal verankerd. Het liefst naar Duits voorbeeld, waar gemeenschapsfondsen echt partners van de overheid zijn in het vitaal houden van dorpen en steden. Tegelijkertijd blijft hij realistisch over de rol van dit type fondsen in Nederland. ‘Het is en blijft een niche, maar het is wel een belangrijke aanvulling op het overheidsbeleid. Er is genoeg geld in de samenleving, maar daar begint het niet mee. Het gaat om betrokkenheid, relaties bouwen en vertrouwen krijgen. Als dat goed zit, is geld de uitkomst.’
Wil jij een gemeenschapsfonds starten? Dit zijn de tips van Jillis: