• Rapport

Elkaar uitdagen: wat de Rekenkamer Utrechtse Heuvelrug leerde over het uitdaagrecht

IMG_20250523_132721

Sinds 2025 staat het uitdaagrecht in de Gemeentewet. Uiterlijk 1 januari 2027 moet elke gemeente het een plek geven in haar participatieverordening. Maar wanneer werkt het uitdaagrecht echt, en wat is daarvoor nodig? De Rekenkamer Utrechtse Heuvelrug zocht het uit in opdracht van de gemeenteraad. Daarvoor bekeek ze praktijkvoorbeelden en sprak met initiatiefnemers, ambtenaren en ook met ons. In deze samenvatting lees je de belangrijkste conclusies en aanbevelingen.

Het gaat om houding, niet om regels

De rode draad van het rapport is dat een goede samenwerking tussen gemeente en bewoners belangrijker is dan regels en procedures. De Rekenkamer komt tot vier conclusies:

  1. Het uitdaagrecht heeft vooral waarde als hefboom voor samenwerking. Het brengt inwoners en gemeente dichter bij elkaar.
  2. Geld besparen is niet het belangrijkste resultaat. Sociale samenhang, preventie en het bereiken van kwetsbare groepen zijn minstens zo belangrijk.
  3. Het is belangrijk dat gemeenteraad en college duidelijke afspraken maken over hoe gemeente en inwoners samenwerken als het uitdaagrecht wordt ingezet.
  4. Een initiatief slaagt als de gemeente openstaat en meedenkt, als er bestuurlijke steun en continuïteit is en als er ruimte is om te experimenteren. Waar regels en risico’s de boventoon voeren, lopen initiatieven vast. Waar vertrouwen en partnerschap centraal staan, ontstaan resultaten die blijven.

Samenwerken gaat twee kanten op

Ook van bewoners wordt iets gevraagd, benadrukt de Rekenkamer. Daarom geeft het rapport ook adviezen aan initiatiefnemers.

A. Zorg voor een stevig fundament

Een gemeente wil weten met wie ze te maken heeft. Zorg er daarom voor dat je kunt laten zien wie er achter je plan staat. Dat kan bijvoorbeeld met een enquête of een bijeenkomst in de buurt. Overweeg ook een rechtsvorm zoals een stichting, vereniging of coöperatie. Is dat nog een stap te ver? Vraag dan om ruimte om het als pilot te proberen.

B. Zorg voor continuïteit

Laat het initiatief niet op een paar schouders rusten. Wat gebeurt er als een trekker stopt of als er minder vrijwilligers zijn? Denk daar vooraf over na. Leg afspraken met de gemeente op papier vast en maak zelf snel kennis met een nieuwe wethouder of ambtenaar. Zo sta je sterker als er iemand vertrekt.

C. Investeer in relaties en communicatie

Zoek al in de ideefase contact met de gemeente en de politiek, en wacht niet tot je plan af is. Dan kun je meteen rekening houden met wat er binnen de gemeente wel en niet kan. Blijf daarna zichtbaar en houd de buurt op de hoogte van hoe het gaat.

D. Wees realistisch en flexibel

Ken de spelregels en probeer ook vanuit de gemeente naar je plan te kijken. Sluit waar het kan aan bij bestaande regels, maar leg uit waarom je soms meer ruimte nodig hebt. Begin klein, want kleine successen bouwen vertrouwen op.

E. Maak je meerwaarde zichtbaar

Laat zien wat je initiatief oplevert. Niet alleen in geld, maar ook voor de buurt: meer contact tussen bewoners, problemen die je voorkomt, of mensen die je bereikt en die de gemeente moeilijk bereikt. Een goed verhaal opent volgens de Rekenkamer meer deuren dan een technisch projectplan.

F. Zoek kennis en partners

Leer van andere initiatieven en maak gebruik van landelijke netwerken zoals LSA. Haal kennis binnen als je die mist, en wees eerlijk over wat je nog niet weet.

G. Bereid je voor op een lange adem

Trajecten duren vaak langer dan gedacht, en niet alles lukt meteen. Verdeel de taken, zodat niemand er alleen voor staat, en houd vol.

Wat vraagt dit van gemeenten?

De Rekenkamer raadt gemeenten aan om te werken vanuit ‘ja, mits’. Dat betekent dat een gemeente niet meteen nee zegt tegen een initiatief, maar uitzoekt onder welke voorwaarden het wél kan. Daarbij kijkt de gemeente niet alleen naar wat de regels letterlijk zeggen, maar vooral naar waar ze voor bedoeld zijn. Verder adviseert de Rekenkamer om bewoners vroeg te betrekken, te zorgen voor een vast contactpersoon bij de gemeente en duidelijk te maken hoe je een verzoek indient.

Nieuwe vormen van samenwerking gaan niet altijd meteen goed. Daarom vraagt de Rekenkamer de gemeenteraad om af te spreken hoeveel risico de gemeente wil nemen, en te accepteren dat er soms iets misgaat. Ook kunnen gemeenten een initiatief tijdelijk de ruimte geven om af te wijken van de gewone regels. De Rekenkamer noemt dat een experimentenregeling. De eisen moeten dan passen bij de grootte van het initiatief. Een klein buurtinitiatief hoeft niet aan dezelfde eisen te voldoen als een grote professionele organisatie.

Ook is het belangrijk dat een initiatief niet afhangt van één wethouder of ambtenaar, en dat afspraken blijven staan als iemand vertrekt. Tot slot vraagt de Rekenkamer om succes niet alleen in geld te meten, maar ook in wat een initiatief de buurt oplevert: meer contact tussen bewoners, problemen die worden voorkomen en mensen die anders buiten beeld blijven. Ben je met een initiatief in gesprek met je gemeente? Dan kun je naar deze aanbevelingen verwijzen.

Elkaar uitdagen

We hopen dat dit rapport bewonersinitiatieven een steun in de rug geeft om hun gemeente uit te dagen. En dat het gemeenten aanmoedigt om die uitdaging aan te gaan. Ben je met een initiatief in gesprek met je gemeente? Gebruik de aanbevelingen van de Rekenkamer dan gerust in dat gesprek.

Download het rapport van de Rekenkamer Utrechtse Heuvelrug