Je zou ze de Nederlandse pioniers van het uitdaagrecht kunnen noemen; de Afrikaanderwijk Coöperatie in Rotterdam-Zuid. In 2015 deed de coöperatie mee aan een experiment om het ‘Right to Challenge’, het recht om een publieke taak van de overheid over te nemen, te introduceren in Rotterdam. Met succes: wat begon met meedenken over een fictief plan, is geëindigd in een succesvol project dat overlast voorkomt, werkgelegenheid creëert en hergebruik bevordert.
Een taak overnemen als je denkt dat je het beter of effectiever kan. Dat klinkt de Afrikaanderwijk Coöperatie als muziek in de oren. Het bewonersbedrijf levert diensten op het gebied van onder andere catering, schoonmaak en kledingreparatie. Bewoners voeren de werkzaamheden uit en de opbrengsten vloeien terug in de wijk. ‘We geloven dat een rechtvaardige samenleving in de buurt begint, vertelt Annet van Otterloo, die sinds 2013 bij de Afrikaanderwijk Coöperatie betrokken is. ‘Er gaat veel geld naar de ontwikkeling van de wijk. Wij denken: kijk naar wat er al wordt uitgegeven en naar wat bewoners en ondernemers zelf kunnen doen voor een sterke wijk.’
De thuisbasis van de coöperatie ligt vlak aan de Afrikaandermarkt, een markt met meer dan 180 kramen. Het vele zwerfafval dat aan het einde van een marktdag de wijk in woei, was voor het bewonersinitiatief de aanleiding om gebruik te maken van het uitdaagrecht. Annet legt uit: ‘De gemeente zag het vooral als een groot probleem. Het afval moest worden opgehaald en afgevoerd, wat geld kostte. Wij zagen juist een berg grondstoffen en een berg werkgelegenheid. Waarom zou je de verwerking niet in de wijk zelf organiseren?’
De afvalstroom werd hiermee een interessante casus voor het experiment van de gemeente Rotterdam om het Engelse ‘Right to Challenge’ te verkennen. De coöperatie daagde de gemeente uit om de afvalinzameling en -verwerking aan de bewoners over te laten. Met het budget dat de gemeente normaal gesproken kwijt was aan de verwerking van het afval, destijds zo’n 185.000 euro, ging de coöperatie aan de slag. Het begon klein: met een kraam en een paar rollende containers voor papier, karton en plastic.
Het verschil met de gemeentelijke aanpak werd al snel zichtbaar. Waar het afval eerst direct naar de verbrandingsoven ging, werd het nu gescheiden en klaargemaakt voor hergebruik of recycling. Ook werd het afval gedurende de dag ingezameld, waardoor het geen overlast in de wijk meer veroorzaakte.
Maar de impact ging verder dan alleen een schone wijk. Een groot deel van het budget belandde direct bij bewoners. ‘Van die 185.000 euro ging uiteindelijk ongeveer 152.000 euro naar salarissen van mensen uit de wijk’, vertelt Annet. Inmiddels werken twaalf mensen via het project in de circulaire economie. Tegelijkertijd werd het systeem steeds verder uitgebreid. De coöperatie verwerkt zo’n 700 ton afval per jaar, van papier en plastic tot hout, metaal en piepschuim. Ook voedselresten krijgen een nieuwe bestemming: ze worden verwerkt tot maaltijden of omgezet in biogas. Met dat biogas worden 35 huishoudens van energie voorzien. ‘Dat is voor mij de essentie van het uitdaagrecht’, zegt Annet. ‘Als bewoners een taak oppakken, doen ze het vaak anders dan de gemeente het deed. Er wordt breder gekeken; niet alleen naar afval, maar ook naar de wijk als geheel.’
Terugkijkend op het traject is het volgens Annet niet altijd gemakkelijk geweest. Het uitdaagrecht was nieuw en onduidelijk. ‘Veel moesten we zelf ontdekken. Wat hielp was om het niet als een vijandige overname te zien, maar als een samenwerking. We respecteren de kennis en kunde van ambtenaren, maar laten zien wat er nog meer mogelijk is als je samenwerkt. Vertrouwen speelt hierbij een grote rol. We zijn in Nederland gewend om alles te bouwen rondom wantrouwen, zeker als je te maken hebt met een groot ambtelijk apparaat. Maar als je iets nieuws wilt laten ontstaan, moet je ruimte geven en tegelijkertijd vertrouwen op wat je zelf kunt.’
Ook aan de slag met het uitdaagrecht? Dit zijn de tips van Annet: