Wat maakt dat gemeenschappen blijven bestaan? Dat komt door de volharders, de pioniers en de verbinders. Meer dan verdiend dus om die bewonerscollectieven in het zonnetje te zetten. We kregen een hoop mooie nominaties binnen, en het bestuur van LSA bewoners koos uiteindelijk drie felbegeerde winnaars uit.
Als bewonersorganisatie betekent pionieren dat je een spel moet spelen waarvan de spelregels nog niet bestaan. Simpelweg omdat het systeem er niet op gebouwd is dat bewoners zelf de macht pakken. Een echte LSA-pionier accepteert dat niet. Die weigert de rol van het ‘schattige vrijwilligersclubje’ te spelen. Pionieren betekent dat je de macht naar je toetrekt om de spelregels voorgoed te veranderen. En het allerbelangrijkste: als een echte pionier die muur eenmaal heeft doorbroken, barricaderen ze de poort niet achter zich, maar gooien ze hem wagenwijd open voor alle bewoners die na hen komen.
Transfarmers deed vijftien jaar geleden precies dit. Uit pure noodzaak én liefde voor een braakliggend, dor stuk grond in hun stad, gingen ze niet braaf zitten wachten op een participatietraject. Ze besloten het simpelweg te kraken.
De reis die ze in de jaren daarna aflegden, is ongekend. Van activistische krakers knokten ze zich letterlijk een weg naar de formele bestuurstafel. Ze kregen het onmogelijke voor elkaar. Ze kochten de grond en stampten een eigen woonproject uit de grond. Zo dwongen ze de corporaties en de gemeente om hen als volwaardige, gelijkwaardige partners te behandelen. En dat deden ze met de rug recht, zónder ook maar een greintje van hun oorspronkelijke idealen in te leveren.
Al die keihard bevochten lessen, die taaie onderhandelingen en de blauwe plekken die ze hebben opgelopen? Die hebben ze nu omgezet in munitie voor anderen. Het is nu hun missie om ándere bewonersbedrijven en initiatieven te trainen. Zij hebben met een kapmes het oerwoud van de bureaucratie opengehakt, zodat de volgende generatie bewoners over een geasfalteerde weg verder kan lopen.
Laten we eerlijk zijn, volharding is geen gezellige term. Volharding betekent incasseren. Het is bloed, zweet en tranen. Het is de oneindig lange adem hebben in een wereld die aan elkaar hangt van regeltjes, kaders en bureaucratie. Volharders zijn de mensen die simpelweg blijven staan als de rest allang is afgehaakt. Ze knokken voor hun buurt, dwars tegen de stroom en de waan van de dag in, puur omdat opgeven voor hen geen optie is.
De Flatmakers rode Kruislaan zijn daar de absolute, ongekroonde belichaming van. Al negen jaar lang strijden zij voor hun wijk. Een wijk waar negen jaar geleden eigenlijk niemand écht graag wilde wonen. Maar in plaats van te klagen of weg te kijken, hebben zij met blote handen en onverwoestbare doorzettingskracht een gemeenschap opgebouwd. Ze fiksten hun eigen Buurtkamer en runnen die inmiddels al vijf jaar helemaal zelf. Ze noemen elkaar hun ‘buitenfamilie’, en ze zijn de eersten om toe te geven dat daar af en toe stevig gedoe bij hoort. Maar ze lossen het samen op.
Maar wat dit verhaal pas écht legendarisch maakt, is hun onwaarschijnlijke uithoudingsvermogen tegenover het ‘systeem’. Luister goed naar de bizarre werkelijkheid van de afgelopen negen jaar: deze groep bewoners ‘overleefde’ maar liefst vier tijdelijke onderkomens. Ze zagen zes community builders, vijf contactpersonen bij de gemeente, drie rayonmanagers, vier wijkbeheerders, vier directeuren Welzijn en vier verschillende wijkagenten komen en weer vertrekken.
De professionals wisselen elkaar in rap tempo af, projecten starten op en sterven weer een stille dood. Maar de bewoners blijven. Zij zijn de enige, onbreekbare, constante factor in de wijk. Zij overleven elk beleidsplan en elke reorganisatie, zij aan zij.
Soep en een praatje bij de Wij gaan door! Soepkar in de Muntenbuurt.
Als je in de wereld van gemeenten, welzijn en subsidies kijkt, dan werkt bijna alles in de vorm van projecten. Een project is overzichtelijk. Het heeft een duidelijke start, een afgebakend budget, en, misschien wel het allerbelangrijkste, een harde einddatum. Maar een buurt heeft helemaal geen einddatum. En een straat is nooit “af”. Om een wijk écht draaiende te houden, heb je verbinders nodig. Zij zijn de motor van de buurt die gewoon blijft draaien, ook als de externe brandstof op is. Een verbinder kijkt naar de buurt en ziet geen schaarste, maar overvloed. Een overvloed aan onontdekt talent, aan veerkracht, aan liefde voor de straat en voor elkaar.
Wij Gaan Door liet die onuitputtelijke kracht op een wel heel cruciaal moment liet zien. Hun verhaal begint namelijk op een punt dat voor velen als een hard einde zou voelen. Een moment waarop het systeem besloot een stap terug te doen. Een groot, officieel overheidsprogramma in hun wijk liep ten einde, en de stekker ging eruit.
Deze initiatiefnemers keken elkaar aan en beseften: we hebben geen extern project nodig om te floreren, de ware rijkdom, zit in onszelf. Nog diezelfde avond sloegen ze de handen ineen. Ze smeden een netwerk waarin buren elkaar razendsnel weten te vinden om buurtideeën precies dat beetje voeding en steun te geven dat nodig is.
Maar hun empathie reikt verder dan de mensen die ze al kennen. Ze besloten dat iedereen die nieuw in de wijk komt, direct omarmd moet worden door die overvloed. Met een persoonlijk welkomsttasje aan de voordeur trekken ze nieuwe bewoners direct de warmte in, en nodigen ze hen uit om mee te draaien bij de buurtmoestuin, de dierenvoedselbank of de gezellige etentjes.
Zij bewijzen dat wanneer de overheid een punt zet, de leefwereld gewoon een komma plaatst en met dubbele energie verder bouwt. Hun antwoord op het einde van een project was een krachtige, onbreekbare belofte aan de toekomst van hun buurt.
De winnaars gaan naar huis met de LSA Soeplepel, het kookboek Noordeiland van ons lid Iedereen aan Boord en een foto- of videoreportage over het initiatief. De winnaars werden gekozen door het bestuur van LSA bewoners.