Kan je klaar zijn voor een noodsituatie? “Alles wat aanwezig is, wordt geactiveerd tijdens een crisis.” Dat zegt Susanne Seehaus betrokken bij het ‘Gemeindecentrum’ van de Emmauskerk in Berlijn-Zehlendorf. Een plek die tijdens de dagenlange stroomuitval in Berlijn in januari uitgroeide tot een belangrijke sociale ontmoetingsplek. LSA bewoners sprak met een aantal lokaal gewortelde organisaties uit de getroffen wijken in het district Steglitz-Zehlendorf om te leren van hun ervaringen. Wat maakt een sterke buurt? Hoe maak je de plek crisisbestendig?
Op de vroege zaterdagochtend van 3 januari lag de stroomvoorziening in de Berlijnse wijk Steglitz-Zehlendorf deels opeens plat. De oorzaak: een aangestoken brand op een brug met hoogspanningskabels. Tienduizenden huishoudens zaten dagenlang zonder elektriciteit. En dat in een erg koude week, waarin de temperatuur ‘s nachts vaak daalde tot -7 graden. Zoals zo vaak tijdens een calamiteit, schoten normale mensen elkaar direct ten hulp. Buren kwamen massa’s (zelf gekookt) eten brengen, rolden kabels uit en boden een bed aan. Maar de belangrijkste les van de Berlijnse stroomstoring? Tijdens een crisis zoeken mensen bekende plekken op. Plekken die ze al kennen. Daar zoeken bewoners elkaar op, schrijven zich in als vrijwilliger of vragen om hulp. Bekende ontmoetingsplekken groeien in noodsituaties uit tot onmisbare sociale schakels.
“Er kwamen bij ons zoveel hulpaanbiedingen dat we het nauwelijks konden bijhouden”, zei een vrijwilliger van de ‘gemeindecentrum’ van de Emmauskerk. Een ‘gemeindecentrum’ is een aan de kerk verbonden sociale ontmoetingsplek waar door de week mensen samenkomen en waar vrijwilligers activiteiten organiseren voor jong en oud. Tijdens de stroomstoring werd de deur van dit centrum platgelopen. “Er was een oudere mevrouw die niet in bezit is van een telefoon. Ze wist niet dat er een stroomuitval gaande was: haar gedachte; even langs het gemeindecentrum te gaan. Hier kreeg ze alle belangrijke informatie en ontmoette zij een echtpaar die haar een warme slaapplek aanbood.”
Wat voor dit gemeindecentrum van de Emmauskerk gold, gold ook voor de verderop gelegen Stadtteilzentrum Mittelhof e.V., een wijkcentrum die als een ontmoetingsplek fungeert en gesubsidieerd wordt door Bundesland Berlijn. Ook de sportlocatie van sportvereniging Zehlendorfer Turn- und Sportverein was zo’n vertrouwde plek die in no-time fungeerde als geïmproviseerd contactpunt. Net zo als de ontmoetingsplekken van de Matthäuskerk. Zij vertelden dat ze al langer samen optrekken met plekken in heel Berlijn die in hete zomers hun deuren openzetten om mensen plekken van koelte aan te bieden. Deze plekken waren nu de plekken waar mensen kwamen voor ontmoeting, vragen en ondersteuning. En een beetje warmte.
Kan je wel klaar zijn voor een noodsituatie? Niet volgens een medewerker van de sportvereniging. “Eigenlijk kan je een crisis niet voorbereiden. Je moet het doen met wat er dan nodig is”. De vereniging zette gewoon de deuren van haar kantine open en activeerde het netwerk van 300 leden. De vrijwilligers schoten meteen in de doe-modus. “Iedereen kan ergens helpen”. Douches en wasmachines waren beschikbaar. Van maandag tot woensdag werd warme soep aangeboden door de kantine eigenaar. Er waren spelletjes, teken- en knutselactiviteiten voor kinderen en mogelijkheden om telefoons op te laden. De vereniging had stroom, maar geen internet.
Ook Susanne Seehaus, pastoor van de Emmauskerk stelt dat je op een calamiteit eigenlijk niet voorbereid kan zijn. Maar je kan wel terugvallen op waar je al goed in bent. “De start op zaterdag, ging niet spontaan. We hebben ons niet specifiek hierop voorbereid. Maar we weten wat we moeten doen door jarenlang samen te werken door organiseren van eerdere grote evenementen zoals de grote bazaar voor Brot für die Welt.” De hele kerkelijke gemeente werd geactiveerd: bestaande vrijwilligers uit het kerkkoor, seniorengroepen en jongerenwerk. Er was een groot saamhorigheidsgevoel.
Bij het gemeindecentrum van de Matthäuskerk meldden zich vrijwilligers die ook normaal al actief zijn op die plek. Voor hen was het vanzelfsprekend om juist daar hulp aan te bieden, in een vertrouwde omgeving. Wel cruciaal: dat er mensen zijn met overzicht om al die beschikbare vrijwilligerskracht goed in te zetten. “Het is belangrijk dat iemand het dan kan coördineren”.
“Community-werk is heel persoonlijk”, zegt een medewerker van Mittelhof e.V. Hij zag een grote solidariteit ontstaan, de sfeer in het gebouw was bijzonder en heel positief, sterk gekenmerkt door buurtgenoten die dankbaar gebruik maakten van hun hulp. En dankbaar waren om hulp te kunnen bieden. “Eerlijk gezegd heb ik opnieuw hoop gekregen voor onze samenleving”.
In het gemeindecentrum hielden ze lijsten bij van slaapplekken elders in de stad, zodat de inwoners uit de getroffen wijken daar ter plekke konden besluiten welke optie het beste bij hen past (qua locatie, hoeveelheid plekken). “Ik begreep van iemand die een slaapplek kwam aanbieden, dat zij het fijner/veiliger vindt om dit via de kerk aan te bieden, dan zelf online of bij een prikbord in het openbaar haar adres- en contactgegevens te plaatsen”, vertelt een andere vrijwilliger.
Een vrijwilliger stond de hele week bij de ingang het gemeindecentrum. Ze vertelt dat er ook veel jonge mensen kwamen. “Ze komen vooral omdat ze contact zoeken en omdat het thuis zo eenzaam is”. Ze komen voor de thee en de braadworst maar het gaat toch ook om de gesprekken, dat was het belangrijkst volgens haar.
Alles begint van onderaf. Bij vrijwilligers en buren die een handje willen helpen. Maar als een crisis zich verder uitstrekt is het belangrijk dat er goed wordt samengewerkt met andere partners in de omgeving. Bijvoorbeeld met de nooddiensten of met een crisisteam. Susanne zegt dat er uiteindelijk geen noodgevallen waren dankzij de korte communicatielijnen die bestonden tussen hen en de brandweer. De brandweer kon mensen uit hun huizen evacueren. Kerkgemeenten en andere noodsteunpunten waren bovendien onderling met elkaar verbonden. Veel coördinatie verliep via het districtskantoor Steglitz-Zehlendorf. Daar werd gebruikgemaakt van een analoog prikbord. Een krant maakte bekend waar mensen – vrijwilligers maar ook hulpbehoevenden – zich konden melden. De krant werd een belangrijk communicatiemiddel, omdat het internet niet beschikbaar was.
Terugkijkend stelt een medewerker van Mittelhof e.V. dat het goed zou zijn als wijkcentra in het vervolg meer worden meegenomen in het ontwerp van een noodplan, maar daarvoor is planbare financiering een voorwaarden. Ook een medewerker van de Zehlendorfer Turn- und Sportverein zegt dat er meer afgesproken had kunnen worden; wie is aanspreekpunt? Kortere communicatielijnen zijn belangrijk, of vooraf vastgestelde interne contactpersonen. En kunnen er nog zaken worden aangeschaft, zoals een noodaggregaat of kleine voorraden dekens en verlengsnoeren? De sportvereniging wilde wel overnachtingsruimtes aanbieden, maar dat bleek lastig te verzekeren te zijn. Ook de regelgeving beperkte hun handelen.
Helaas werd ook duidelijk dat sommige mensen uit de wijk bij niemand op de radar staan. Niet bij de hulpinstanties en niet bij de informele ontmoetingsplaatsen. Een vrijwilliger vertelde over een persoon zonder familieleden en relaties. “Bijzonder kwetsbaar zijn toch wel de mensen zonder sociale netwerk. Niemand heeft dan informatie beschikbaar over de toestand van deze persoon.”