Wijkaanpak | Zwakke wijken, hulpeloze bewoners?

  • Het is tijd voor een ''radicaal andere benadering'' van wijkaanpak. Een wijkaanpak waarbij gemeenschapskracht centraal wordt gesteld en niets meer gebeurt zonder bewoners. Misschien is nog de meest ingewikkelde stap, om het frame van zwakke wijken en hulpeloze bewoners los te laten. Dat kan beter vanuit de kracht van buurten zelf gebeuren – van binnenuit dus, in plaats van buitenaf. Een analyse en voorstellen om het écht radicaal anders te doen.

    Na het verschijnen van het Aedes-rapport ‘Veerkracht in het Corporatiebezit’ van afgelopen januari zijn talloze artikelen gepubliceerd over het zwakker worden van zwakke wijken. Over de gevaren daarvan (gettovorming), de gevolgen (voor huidige bewoners en de corporaties) en mogelijke maatregelen. Het rapport en de meeste publicaties verkennen grofweg de volgende elementen voor een integrale aanpak om het tij te keren:

    1. Meer woningen voor mensen met midden- en hogere inkomens (afschaffen van de markttoets bij woningcorporaties). Om te voorkomen dat mensen met hogere inkomens wegtrekken en om een toename van mensen met hogere inkomens te stimuleren.
    2. Verbetering van de bestaande woningvoorraad en van de openbare ruimte.
    3. Meer collectieve sociale voorzieningen, zoals huismeesters en buurthuizen.
    4. Meer sociaal-economische perspectieven voor individuele bewoners en meer zorg en begeleiding voor bewoners die het alleen niet redden of die voor overlast zorgen.

    Allemaal voorlopers van oplossingsrichtingen die ongetwijfeld in de vorm van een nieuwe wijkaanpak verder uitgewerkt zullen worden. De alarmbellen zijn geluid en iedereen verkeert in een staat van paraatheid.

    Te veel een ‘reddersmentaliteit’

    En er is natuurlijk werk aan de winkel. Stapeling van problemen, toenemende ongelijkheid, teruglopende leefbaarheid. Ga daar maar aan staan als bewoners van een wijk met een neerwaartse spiraal, als corporatie, gemeente, maatschappelijke organisaties. Niet voor niets zet ik in dit rijtje de bewoners op de eerste plaats. Want ondanks alle noodzakelijkheid vraag ik me af of de grondhouding die uit dit rapport spreekt (en ook uit de reacties erop) – namelijk ‘het willen oplossen van problemen’ – de beste weg is en het meeste effect sorteert. Niet dat ik tegen het wegwerken van achterstallig onderhoud ben, het verrijken van de sociale infrastructuur in wijken en het bieden van nieuwe perspectieven aan bewoners. Dat er iets moet gebeuren lijkt me evident. De verwaarlozing van de sociale woningbouw van de afgelopen jaren en de afbraak van voorzieningen hebben dramatische uitwerkingen gehad op bewoners, woningen en buurten.

    Ik denk dat het verbeteren van wijken krachtiger en duurzamer kan worden als de blik verschuift van het oplossen van problemen naar het ontdekken aan overschotten in buurten

    Maar voor mij spreekt er uit deze daadkrachtige wil om te handelen te veel een ‘reddersmentaliteit’. Dat kenmerkte ook voorgaande wijkaanpakken, waarvan we weten dat die slechts tijdelijk effect hadden. Ik denk dat het verbeteren van wijken krachtiger en duurzamer kan worden als de blik verschuift van het oplossen van problemen naar het ontdekken van overschotten in buurten en het ontwikkelen van collectieve perspectieven van binnenuit de buurten in plaats van buitenaf. Wat dat naar mijn idee inhoudt, zal ik aan de hand van drie aspecten uitleggen.

    1. Voorbij het stigma van een achterstandsbuurt 

    Verbeterprogramma’s worden meestal bedacht op basis van onderzoeken naar problemen en vervolgens als oplossing ‘uitgerold’ over de buurten. Daarbij worden bewoners ingedeeld in kwetsbaar/niet kwetsbaar, cliënt/klant, probleemveroorzaker/probleemoplosser, slachtoffer/dader.

    In de meeste publicaties en uitzendingen over zwakke wijken worden zittende bewoners geslachtofferd of gestigmatiseerd. Of allebei. Waarbij vaak ook een inschatting wordt gemaakt wie in staat is om te participeren bij verbeterprogramma’s en wie niet. Gemeente en corporaties bepalen de ruimte en de kaders voor participatie, bij welke ‘doelgroep’ iemand hoort, honoreren initiatieven, maar houden de touwtjes in handen. Zeker in zogenaamde kwetsbare wijken waarvan het algemene beeld is dat de gemiddelde bewoner niet in staat is om een rol te spelen bij het bepalen van verbetermaatregelen.

    Door te praten over het verlies van kwaliteit wanneer mensen (vaak met middel- en hogere inkomens) vertrekken zet je de achterblijvers weg als slachtoffer van de situatie en tegelijkertijd als probleem

    Door te praten over het verlies van kwaliteit wanneer mensen (vaak met middel- en hogere inkomens) vertrekken zet je de achterblijvers weg als slachtoffer van de situatie en tegelijkertijd als probleem, dat vervolgens door nieuwe bewoners opgelost moet worden. ‘Deze bewoners hebben genoeg te stellen met hun eigen problemen en daardoor weinig ruimte om anderen bij te staan.’[1] Anders gezegd: deze bewoners beschikken niet over kwaliteiten, skills en de mogelijkheden om mee te praten en mee te doen bij het verbeteren van hun leefsituatie en die van de buurt. Het gevolg is dat mensen zich ook zo gedragen: als cliënt, consument, klant of participant. In plaats van als iemand die zelf ook verschil kan maken in de eigen wijk, mét ondersteuning en slagvaardige bijdragen van corporaties, gemeenten, zorg- en welzijnsinstellingen.

    Hoe zou het anders kunnen?

    Ik denk dat er met een wijkaanpak veel meer te bereiken is – juist op de langere termijn – en meer buurtkracht en lokale democratie ontstaan als de volgende uitgangspunten ter harte worden genomen. Namelijk als:

    • de programmamakers de bewoners zelf zijn. Als bewoners zelf als programmamakers gezien worden, zijn ze niet langer consumenten en participanten van verbetermaatregelen, maar buurtmakers. Dan werk je als gemeente en corporatie, als welzijnsorganisatie en zorgaanbieder voor en met buurtmakers. In plaats van als dienstverlener voor een klant, waar de houding ‘u vraagt, wij draaien’ is. Bewoners worden je belangrijkste partner én opdrachtgever bij het bereiken van gezamenlijke doelen: de verbetering van de buurt.
    • bewoners de ruimte én het mandaat krijgen om in hun buurt samen aan de slag te gaan, met ondersteuning van corporaties, gemeente, welzijn. Op basis van wat er al is.
    • de gemeente en de corporaties participeren in de buurt en in de initiatieven en plannen van bewoners. In plaats van andersom.
    • er niet uitsluitend naar de behoefte wordt gevraagd maar naar het aanbod van bewoners zelf. Naar wat bewoners al doen en wat er al is, in plaats van waar bewoners een bijdrage aan zouden willen leveren.

    Als je daar meer werk van maakt, ben je als initiatiefnemer van verbeterprogramma’s en wijkaanpakken – corporatie, gemeente – niet langer bezig om problemen op te lossen. Maar geef je bewoners ruimte en middelen in handen, waarmee niet alleen problemen opgelost worden. Je benut daarmee de positieve krachten in de buurt en geeft buurtmakers positie. Dat draagt er vervolgens aan bij dat niet alleen problemen (anders) opgelost worden. Het leidt er ook toe dat het bestaande sociale weefsel van een buurt ingrijpend en in positieve zin verandert. En dat er meer democratie, zeggenschap en eigenaarschap ontstaan.

    2. Van problemen oplossen naar kwaliteiten ontdekken

    Er zijn meer overschotten, er is meer buurtkracht en er wordt meer gedeeld in zogenaamde kwetsbare wijken dan je denkt.

    Elke buurt en haar bewoners, ook degenen die als zwaksten uit de bus komen, kennen naast tekorten ook een enorme voorraad overschot. Bestaande uit individuele en collectieve kwaliteiten, vaardigheden, ideeën, favoriete ontmoetings- en andere buurtplekken, informele onderlinge verbanden, trouw en liefde voor de buurt en de buren, vindingrijkheid, hulpvaardigheid en gemeenschapsgeest. Dat alles tref je aan in een buurt, hoe zwak die ook bekendstaat.

    Dat werd bijvoorbeeld duidelijk toen de Schilderswijk jaren geleden in een Trouw-reportage als hét afvalputje van Nederland afgeschilderd werd. Tekenaar Jan Rothuizen en Lenneke Overmaat van Trancity gingen vervolgens een wandeling door de buurt maken. En Jan Rotshuizen heeft toen alle buurtassets – de kleine en grote buurtkrachten, onderlinge contacten en verbindingen tussen bewoners, het dagelijkse reilen en zeilen in de buurt – die ze bij hun bezoek tegenkwamen in een tekening gevat.

    Dezelfde stigmatisering van een buurt en haar bewoners kwam je je onlangs trouwens in een nieuwe Trouw-serie over Soest Overhees tegen. Wie gaat daar het andere verhaal optekenen?

    Niet iedereen wil weg uit zijn of haar buurt die nu opeens verguist wordt in de media. In elke buurt zijn allerlei positieve burencontacten, die je niet ziet als je van een afstand naar een buurt kijkt.

    Hoe zou het anders kunnen?

    Niet iedereen wil weg uit zijn of haar buurt die nu opeens verguist wordt in de media. In elke buurt zijn allerlei positieve burencontacten, die je niet ziet als je van een afstand naar een buurt kijkt. Er moet veel verbeterd worden, maar dat kan beter vanuit de buurten zelf gebeuren – van binnenuit – in plaats van buitenaf. Want je doet mensen en buurten meer recht als je…

    • startpunt is hoe mensen nu al zelf hun buurt maken en hoe dat versterkt kan worden, in plaats van alleen te focussen op de tekorten en het bedenken van oplossingen.
    • niet alleen praten over het gemis van kwaliteiten van mensen die de buurt verlaten, de middeninkomens. Natuurlijk moeten hun kwaliteiten behouden blijven voor de buurt. Tegelijkertijd is het net zo belangrijk om de kwaliteiten van de mensen te benutten, die er blijven wonen, ook van de zogenaamde kwetsbare.
    • start bij en met de mensen die er wonen. Niet met een enquête of een behoeftepeiling. Maar door met elkaar in gesprek te gaan. Begin met een ontdekkingstocht naar kwaliteiten en krachten in de buurt, die op het eerste gezicht niet te zien zijn. Dus niet eerst een plan schrijven en vervolgens bewoners betrekken. Stop met het organiseren van stuurgroepen of expertmeetings zonder bewoners.
    • andere vragen stelt bij deze ontdekkingstocht. Want dan krijg je ook andere antwoorden. Als je vóór mensen denkt en hen indeelt in kwetsbaar en krachtig, krijg je antwoorden die je beeld van de buurt en haar bewoners en je idee van de nodige oplossingen bevestigen. Of dat de beste zijn, is nog maar de vraag.

    3. Minder aanpak, meer blijvend onderhoud

    De focus bij het ontwikkelen van een sociale wijkaanpak ligt over het algemeen op het oplossen van inhoudelijke problemen. Onleefbaarheid, criminaliteit, sociaal-economische achterstanden, eenzaamheid, kwetsbaarheid, vandalisme, anonimiteit, overlast. Het liefst met doelstellingen, beoogde resultaten, acties/activiteiten. Iedereen kent die rijtjes. En iedereen weet ook dat op een gegeven moment het geld oom initiatieven en activiteiten verder te bekostigen op is, laat staan een volwaardige sociale infrastructuur. En dan? Dan gaat het leven in de wijken gewoon door. Veel van wat er aan het veranderen was, stort weer in. Sommige dingen blijven overeind omdat ze hun weg van structurele financiering hebben gevonden. Maar over het algemeen zijn veel van de problemen niet opgelost, is het weefsel van de buurt niet veranderd in blijvende positieve zin.

    Wat zou kunnen helpen?

    • Het besef dat het om blijvend wijkonderhoud gaat in plaats van een wijkaanpak van een aantal jaren, zoals Rob van Veelen het zo treffend in zijn artikel zegt.
    • Het besef dat bewoners en de gemeenschappen blijven, nadat het interventiegeld van professionals en beleid weer op is. Het besef dat de meeste bewoners niet uit zijn op vernieuwing maar op het ontwikkelen van meer gezamenlijke buurtkracht, het voortzetten en verduurzamen van hun initiatieven en het behouden en op peil houden van voorzieningen.
    • En vooral: de moed om andere doelen voor de wijkonderhoud/aanpak te formuleren en de inhoudelijke doelstellingen – die gericht zijn op het oplossen van problemen – overboord te gooien. Niet langer inhoudelijke problemen en activiteiten centraal stellen, maar het ontwikkelen van gemeenschapskracht tot doel nemen. Dat betekent onder andere
      • bewoners échte zeggenschap geven en vanuit gelijkwaardigheid samenwerken: ruimte bieden zodat bewoners zelf kunnen bepalen wat voor hen het meest belangrijk is om samen aan te pakken.
        – aanvullen en bijdragen aan dat wat bewoners in hun buurt en wat de potentiele gemeenschappen niet zelf voor elkaar kunnen krijgen.
      • in de wijken structureel in ‘losmakers’ investeren: community builders, buurtwerkers, die de kunst van positieve verbindingen verstaan, die vanuit de bewoners werken ipv vanuit een wijkaanpak-opdracht. En die een gewoon alledaags gesprek kunnen voeren én – nog belangrijker – de waarde van in gesprek blijven hoog in het vaandel hebben.
      • dat je je als corporatie of gemeente, welzijnsorganisatie of zorgaanbieder bij het handelen, plannen en onderhoud plegen vooral laat leiden door organische niet-lineaire verander-/transitieprincipes, zoals die van ABCD – Asset Based Community Development – in plaats van door lineaire programmastructuren.

    Wie stelt gemeenschapskracht centraal?

    Ik vrees dat de deuren voor zo’n radicaal andere benadering en werkwijze niet meteen heel wijd zullen opengaan. Vaak worden bewonersinitiatieven, werken aan gemeenschapskracht als ‘sympathiek, moet zeker ook gebeuren’ beschouwd, als een soort 4de pijler’ naast andere pijlers, in plaats van als fundament van alle pijlers. Dat is zeker het geval als er over Megaproblemen gepraat wordt.

    Maar stel, dat het nou echt andersom gebeurt? Wie durft zo’n omkering aan bij het voorbereiden van nieuwe plannen? Dat het werken aan gemeenschapskracht centraal wordt gesteld en dat niets meer gebeurt zonder bewoners? Dat de acties, ondersteuning en inzet vanuit instanties aanvullend is op dat wat er al aanwezig is in buurten/wijken? Niet alleen bij de sociale opgaven, maar ook bij (technische) woningverbeteringen en bij individuele hulpverlening?

    Misschien is nog de meest ingewikkelde stap, om het frame van zwakke wijken en hulpeloze bewoners los te laten.

    Misschien is nog de meest ingewikkelde stap, om het frame van zwakke wijken en hulpeloze bewoners los te laten. En de switch te maken van grote ambities/alle problemen willen oplossen, naar klein kijken, relaties opbouwen en onderhouden (ook als het geld op is), aansluiten bij het alledaagse. Een integraal programma inwisselen tegen een gezamenlijke zoektocht naar de sterke kanten, onderlinge verbanden, plekken, verhalen, de buurteconomie en andere assets die een buurt rijk is. Niet om de problemen onder het tapijt te vegen, maar om de mensen die er wonen weer bewust te maken van wat zij in huis hebben en van daaruit aan de buurtverbetering en gemeenschapskracht te bouwen.

    [1] Rapport Veerkracht van het corporatiebezit, Circusvis i.o.v. Aedes, 2020. Waarom zou je met deze vraag beginnen: ‘Bent u bereid om anderen bij te staan?’ Er zijn genoeg andere vragen waarmee je buurtenergie en gesprekken op gang kunt beginnen, die verder gaan dan een Nee. Het bij elkaar brengen van mensen die zeggen dat ze er graag wonen maar van een hoop dingen balen, zou een eerste stap kunnen zijn. Een van die vragen zou kunnen zijn: ‘Wat raakt je zo dat je er graag voor in actie zou willen komen? En als twee of drie buren er samen met jou werk van zouden maken?’

    (c) Birgit Oelkers

    Nieuwe perspectieven op wijkaanpak

    Dit is het eerste artikel in de reeks over nieuwe perspectieven op wijkaanpak.  Deel je jouw idee over wijkaanpak ook graag met ons (en andere actieve bewoners en betrokkenen)? Je kunt een mail sturen naar thijs@lsabewoners.nl

    Ontvang ook de nieuwsbrief van LSA

     

  • Meer van onze leden

    Stichting Beste Buren

    Stichting Beste Buren

    4 buurtbewoners/ondernemers uit de Baarsjes en Bos & Lommer  in Amsterdam accepteerden niet zomaar  dat op ...

    Lees meer >
    Het Vogelnest

    Het Vogelnest

    Broedplaats Het Vogelnest in Dordrecht biedt een plek waar buren samen dromen kunnen realiseren. Een ...

    Lees meer >
    Stichting Groenkracht

    Stichting Groenkracht

    De doelstelling van de Stichting Groenkracht is het verbinden van personen en plaatsen in Delft en omgeving om ...

    Lees meer >