De sociale basis: hype of herwaardering van de gemeenschap?

  • Wie wel eens op het Ministerie van VWS komt, in gesprek gaat met directies van welzijnsorganisaties of de website van kennisinstituten voor zorg en welzijn bezoekt kan het bijna niet ontgaan. Er hangt een nieuwe term in de lucht. De sociale basis is hot. En terecht! …. Maar hoe kijken actieve bewoners hier tegenaan?

    De sociale basis als oplossing voor de (dreigende) overschrijding van zorgkosten. De sociale basis die moet worden aangespoord, versterkt of gemobiliseerd. De sociale basis als antwoord voor een overheid die op te grote afstand staat om alle problemen van inwoners op te kunnen lossen. En de sociale basis als alternatief voor een te dominante markt. Bewonersgroepen en -initiatieven bevinden zich in het hart van die sociale basis. Maar realiseren ze zich dit ook? En hoe kijken zij aan tegen deze nieuwe beleidstrend? En wat is er nodig? Ik doe een poging deze vragen te beantwoorden.

    Er is meer tussen individu en overheid

    De sociale basis is het best te begrijpen als ‘cement’ in de samenleving; het gaat om verbindingen. Het verbindt individuen, netwerken en instituties. Kenniscentrum Movisie schreef onlangs een ‘startnotitie: De sociale basis: terug van weggeweest’. Op basis van literatuurstudie en interviews geven zij een beeld hoe er wordt gekeken naar de rol van de samenleving. In de recente decennia gaven we steeds een andere naam en invulling aan wat we nu de sociale basis noemen.

    Waar we in de jaren ’80 spraken van het ‘maatschappelijk middenveld’ (het particulier initiatief, het middenveld tussen de overheid, de markt en de burgers/privésfeer) werd dit  in de jaren ’90 de ‘civil society’ (met meer nadruk op participatie) en later de ‘sociale infrastructuur’ (formele organisaties in het sociaal domein die ondersteuning bieden en individuen en bewonerscollectieven die hier aan bijdragen).

    Wat is er nieuw aan de sociale basis? Vooral het besef dat er in de samenleving ook informele netwerken, bewonersinitiatieven en betekenisvolle relaties bestaan tussen burgers onderling en tussen burgers, professionals en de overheid. Gemeenschapskracht dus!

    Krachtige communities

    Het LSA weet dat een buurt of wijk niet succesvol kan worden opgebouwd zonder de betrokkenheid van haar bewoners. Een wijk waarin de organisatiegraad hoog is, biedt oplossingen aan de vele uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden op sociaal, economisch en ecologisch gebied. Deze bewonersgroepen zijn onafhankelijk en werken vanuit die positie samen met lokale overheid en professionele organisaties. Vanuit een enorme kennis van de lokale situatie, de problemen maar vooral ook de mogelijkheden die zij om zich heen zien en herkennen, zijn ze een cruciale partner in het werken aan leefbare wijken. Actieve bewonersgroepen organiseren zelf de zorg, kopen gezamenlijk zorgdiensten in of leveren de informele zorg waar professionele zorgpartijen geen tijd of geld voor hebben.  Ze beheren steeds vaker maatschappelijk vastgoed en gebruiken daarvoor een realistisch verdienmodel. Ze creëren mogelijkheden voor mede-wijkbewoners om werkervaring op te doen of een zinvolle tijdsbesteding te hebben.  Bewonersgroepen zetten projecten op die verspilling tegengaan, de deeleconomie versterken en bewustwording creëren over een zorgvuldige omgang met de natuurlijke hulpbronnen op aarde. En dat allemaal op de schaal van de eigen wijk. Hiermee leveren ze een onschatbare bijdrage aan sociale, economische en ecologische welvaart.

     Binnen het domein van zorg worden bewonerscollectieven ook wel aangeduid als nuldelijnszorg. Zorg door niet-professionals. Onlangs organiseerden we een masterclass over zorgverslimming. Een project in Utrecht – Leidsche Rijn. Hierin kwam de onwerkbare scheidslijn tussen formele en informele zorg ter sprake. Hoe organiseert een gemeenschap eigen zorg?

    En LSA staat niet alleen in dat standpunt. Steeds vaker gaan stemmen op om deze gemeenschapskracht te benutten en versterken. Bijvoorbeeld door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Die stelt in haar recente verkenningsonderzoek dat bewonersorganisaties een sleutel kunnen zijn in een oplossing tegen eenzaamheid. Kleinschalige initiatieven en gemeenschapszin kunnen passende connecties bieden aan mensen die daar behoefte aan hebben. En een aangename leefomgeving kan veel doen om te voorkomen dat mensen zich verlaten of overbodig voelen. Er ligt op dit gebied nog ongebruikt potentieel in buurtinitiatieven. VWS heeft het opgenomen in haar programma Sociaal Domein en de brancheorganisatie Sociaal Werk Nederland geeft het een prominente plek in haar jaarprogramma.

    Van wie is de sociale basis?

    Voorop gesteld: een sociale basis die maak je niet, die is er. Hooguit kun je die versterken. In de afgelopen jaren is door de overheid teveel gestuurd op de overheid zelf (samen met professionele maatschappelijke organisaties) die de sociale infrastructuur vormt voor ondersteuning van burgers die dat nodig hadden. Naadloos gevolgd door sturing op de markt als oplossing voor sociale vraagstukken (inburgeringscursussen door marktpartijen, zorg naar commerciële organisaties). Daar komt dezelfde overheid nu (grotendeels) van terug. De samenleving zelf heeft ook een belangrijke rol. Niet voor niets is de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) gebouwd op het principe van burgers ondersteunen zo goed mogelijk aan de samenleving deel te nemen. De kans dus om het denken over de sociale basis in een juiste richting te sturen.

    Versterking van de sociale basis moet dus aansluiten bij wat individuele burgers, maar vooral ook collectieven van bewoners nodig hebben om sterke en veerkrachtige gemeenschappen te vormen. Vrijwilligersorganisaties en –netwerken, sociaal werkorganisaties en actieve bewoners en bewonersinitiatieven kunnen in een sterk en nieuw lokaal samenspel een stevig fundament leggen onder een rechtvaardige en betrokken samenleving.

    Wat hebben we daarvoor nodig?

    Of denken over de sociale basis nu nieuw is, of zoals sommigen aangeven terug van weggeweest, het geeft kans om de kracht van de samenleving te benadrukken. En in te zetten op wat hiervoor nodig is.

    Nieuw lokaal samenspel

    Vanuit het LSA streven we naar de erkenning van de rol van bewonersinitiatieven. En naast die erkenning ook een juiste positie. En dat is nog vaak zoeken. Of zoals mijn collega Marieke Koot het verwoordt: “Bewonerszorginitiatieven worstelen met hun plek in het complexe speelveld. Tegelijkertijd worstelen andere spelers met deze ‘vrije’ clubs van de bewonersbeweging die er opeens is. Gemeenten vragen zich af of bewoners continuïteit kunnen bieden en of ze als professional behandeld moeten worden. Welzijnsorganisaties zijn soms bang voor hun positie en voor concurrentie. “Bewoners gaan op onze stoel zitten”,  is een veel voorkomende eerste reactie van welzijnswerkers. Jammer, want juist als bewoners en formele aanbieders van zorg en welzijn elkaars krachten benutten, goed doorverwijzen en regelmatig afstemmen, kunnen ze samen betere (in)informele zorg bieden.”

    Om meer inzicht te krijgen in de valkuilen en successen van deze samenwerking zijn LSA, Movisie en Vilans een aantal living labs ‘Lokaal samenspel’ gestart. Korte trajecten waarin we alle partijen samen hadden om te praten over die samenwerking tussen burgerinitiatieven op het gebied van zorg en welzijn (die ook taken willen overnemen van de huidige aanbieder), de gemeente en zorgorganisatie. Op basis van deze Living Labs hebben wij samen een kennisdocument gemaakt met daarin een mooie inzichten over samenwerking, rollen en logica’s. En  praktische werkvormen om zelf mee aan de slag te gaan. De Inspiratiewijzer Lokaal Samenspel kun je zelf  downloaden en gebruiken.

     

    Een formele positie

    Soms is die formele positie ook noodzakelijk. Om deel te kunnen nemen aan het Sociale Wijkteam. Om toegang te hebben tot delen van de publieke middelen in opdrachten en subsidie. En om toegang te krijgen tot informatie en kennis. Buurtrechten kunnen hierop een antwoord zijn.

    Community building

    Aan een gemeenschap kun je bouwen. Voor LSA is Asset Based Commmunity Development (ABCD) dé manier om te werken aan sterke, verbonden en veerkrachtige gemeenschappen en wijken. ABCD gaat uit van het van binnenuit werken aan een in economisch, cultureel en sociaal opzicht leefbare buurt, door sociale relaties tot stand te brengen en capaciteiten van bewoners, organisaties en instellingen binnen de lokale gemeenschap te mobiliseren. Wat ons betreft krijgen we een herwaardering van deze aanpak.

    Tot slot

    Samen kunnen we ervoor zorgen dat de sociale basis niet weer de zoveelste hype wordt die onze wijken aandoen. Maar de mogelijkheid om duurzaam te investeren in de gemeenschappen in die wijken. Werkend aan een nieuw samenspel en krachtige relaties. Bouwend aan een netwerk van actieve bewonersgroepen die ambitieus en ondernemend samenwerken aan een sterke beweging van onderop en een actieve rol spelen in de leefbaarheid van hun wijken.

     

     

     

  • Meer van onze leden

    Dorpshuis Fort Vreeswijk

    Dorpshuis Fort Vreeswijk

    • Nieuwegein

    In een prachtig oud fort voeren de wijkbewoners van het Nieuwegeinse Vreeswijk het dagelijks beheer over Dorpshuis ...

    Lees meer >
    In De Boomtak

    In De Boomtak

    • Tilburg

    In Tilburg wist Wijkcentrum In De Boomtak op bijzondere wijze geld in te zamelen: bewoners kochten voor minimaal ...

    Lees meer >
    Brede School Delfzijl-Noord

    Brede School Delfzijl-Noord

    • Delfzijl

    De gemeente sloot zeven buurthuizen in deze krimpregio, om ze samen te voegen en onder te brengen in één immense ...

    Lees meer >