Voorstellen van kandidaat-Kamerleden: René Peters (CDA)

  • Hoe denken politici over de positie van actieve bewoners, hun rechten en hun wijken? Om daar achter te komen, organiseren we niet alleen een debat, maar publiceren we ook interviews met (kandidaat) Kamerleden. Volgens René Peters (CDA) moeten we investeren in die wijken waar problemen samenkomen en dan met name in bestaanszekerheid, gemeenschapszin en zingeving.

    Welke rol zou de Rijksoverheid moeten hebben in het bevorderen van de leefbaarheid in wijken?

    “We moeten meer doen in wijken waar wonen en zorgproblemen samenvallen. In wijken waar de problemen het grootst zijn, moeten we meer investeren. En dan het liefst van onderop, waarbij het gaat om bestaanszekerheid, gemeenschapszin en zingeving.

    Maar ik denk niet dat er een enorm programma vanuit Den Haag moet komen. We hebben niet voor niets veel gedecentraliseerd, gemeenten moeten de ruimte hebben om dit in te vullen. Doordat de gemeente juist al veel doet op wonen, werk, inkomen, schulden en zorg kennen zij de wijken en de mensen, dus daar moet het gebeuren. Het Rijk moet dat faciliteren en zorgen dat de middelen er zijn.

    Gemeente moeten natuurlijk voldoende geld hebben om hun taken uit te voeren, dat staat nu onder druk, dus daar moeten we naar kijken. Maar we moeten ook een goed gesprek hebben over de inzet van de huidige financiering. Gemeente vinden het niet leuk om te horen, maar tot op zeker hoogte laten ze zich ook gebruiken als pinautomaat. Voor de jeugdzorg bijvoorbeeld. Die taak wordt nu veel breder opgepakt dan vroeger het geval was. Voorheen draaide jeugdzorg om bescherming, reclassering en gespecialiseerde zorg. Maar er zijn nu ook allerlei andere activiteiten, zoals kindercoaching en lichte zorg. Daar is het budget niet op berekend en dat is dus ook een lokale politieke keuze. Misschien zouden we als Rijksoverheid moeten kijken naar afbakening van zulke gedecentraliseerde taken, zodat zulke voorzieningen minder onder druk komen te staan.

    In het voorbeeld van de jeugdzorg zijn we de gemeenschapszin ook kwijtgeraakt. Denk bijvoorbeeld aan combinaties van zorg en onderwijs: de school als centrum van de wijk. Je kunt ouders zien als lastig op het schoolplein, als een soort individuele consumenten voor hun kind. Wat je ook kan zeggen is: ouders zijn onze bondgenoten. Wij schenken koffie op school en daar praten wij over opvoeding en hoe wij dit samen kunnen. Als tegenhanger van de kindercoaching. Waarom vinden we praten over opvoeding niet meer normaal?

    Financieel is er ook veel meer mogelijk als we de ruimte creëren om lokaal te ontschotten en op een andere manier kijken naar geldstromen. Een prachtige voorbeeld: ik woon in Oss, en ik heb ooit eens daar het fenomeen gebiedsgerichte financiering mogelijk gemaakt. Daar heb ik alle partijen in de wijk – en dan heb ik het over de woningbouwcorporatie, gemeente (zoals WMO), zorginstellingen en zorgverzekeraars bij elkaar gebracht en gezegd: we zetten een virtueel hek om de wijk en kijken wat wij allemaal uitgeven in de wijk. Dat is het budget waar deze wijk het mee moet doen. Met dat budget gingen we met bewoners in overleg hoe we dat het beste kunnen besteden. Dan zijn oplossingen opeens heel makkelijk te vinden, maar die zijn wel domeinoverstijgend. En als je dat echt goed doet, houd je nog geld over dat je samen met bewoners opnieuw kunt investeren.

    Daarnaast is wonen knelpunt geworden. Er zijn zo weinig betaalbare woningen, met allerlei neveneffecten. Mensen die nu in beschermd wonen zitten, die mogelijk naar lichtere vormen zouden kunnen, maar die er niet zijn. Een moeder en kind in de vrouwenopvang, terwijl wat ze nu nodig hebben is een woning, een plek waar ze weer kunnen zijn. Uithuiszettingen van mensen die de huur niet kunnen betalen en dan in maatschappelijke opvang terecht komen. Kortom, allemaal dingen die ontzettend veel geld kosten en vermeden hadden kunnen worden als er betaalbare woningen waren geweest. Waardoor mensen bovendien ook veel meer regie over hun eigen leven kunnen hebben.”

    Op welke manier willen jullie de beweging van actieve bewoners ondersteunen?

    “Nog even los van of je dingen in een wet moet zetten, dit zou je als gemeente toch moeten willen ondersteunen? Je wil toch dat mensen uit de wijk in de lead zijn. Dat betekent ook echte inspraak. Niet zo’n inspraakmiddag waar plannen uit de hoge hoed getoverd worden. Dan weten mensen toch wel dat er niet naar ze geluisterd wordt en is het ook niet gek dat bewoners niet meedoen.

    En op het niveau van buurten en wijken weten we dat gemeenschapszin essentieel is en dat hebben we op het moment onvoldoende georganiseerd. We zijn vaak nog heel erg gericht op het individu en het oplossen van problemen van het individu. Maar zo werkt het niet. Een mens is alleen een mens, onder andere mensen. Een mens alleen trekt het niet. Dus dat betekent dat we die beweging van bewoners die er samen voor gaan staan juist moeten stimuleren.

    Een onderdeel daarvan is bijvoorbeeld het behoud van buurthuizen. Dat behoort echt tot de basisinfrastructuur van een wijk. Als je wil dat er gemeenschapszin is in jouw gemeente, dan kan het niet zo zijn dat je buurthuizen sloopt of ze niet meer ondersteunt. En dat staat wel op gespannen voet met de financiële stand van zaken bij gemeenten. Met de decentralisatie hebben veel gemeenten er voor gekozen om bijvoorbeeld de taken vanuit de jeugdzorg zo uit te breiden, dat er geen geld meer is om de voetbalclub, het zwembad of het buurthuis open te houden. Terwijl de bedoeling juist andersom was: we gaan het gemeenschappelijk doen: it takes a village to raise a child.”

     

    Over welk ander onderwerp dat actieve bewoners raakt wil je nog iets delen?

    “We moeten investeren in arbeid met sociaal ontwikkelingsbedrijven zodat mensen die nu maanden, soms al jaren thuis zitten, weer aan de slag kunnen. Dat scheelt een hoop ellende. Zoals ik al zei: een mens heeft bestaanszekerheid, gemeenschap en zingeving nodig. En dat is niet voor iedereen voldoende georganiseerd op het moment. Weten dat je er toe doet, sociale contacten, daar is arbeid belangrijk voor, als reden om uit bed te komen: ik doe er toe en ik mag er zijn, er wordt op mij gewacht. Als je dat niet hebt, dat is ziekmakend.

    We hadden de sociale werkplaatsen waar je met een arbeidshandicap kon werken. Daar kreeg je redelijk betaald, maar het werk was niet gericht op uitstroom en groei. Dan sla ik het misschien wat plat, maar uitstroom was er nauwelijks. Wat wij willen, is dat er werksoorten komen die richten op groei, daarom zetten we ook in op scholing en training op maat. Dat moet een sociaal ontwikkelbedrijf doen.

    Een sociaal ontwikkelbedrijf zou er niet alleen zijn voor mensen met een arbeidshandicap, maar ook voor mensen uit de Participatiewet. Als je kijkt naar de cijfers, komen mensen die al 3 jaar in de bijstand zitten er bijna nooit meer uit. Dan betalen we als gemeenschap zo’n 16.000 per jaar om jou in de ellende te houden. Dat geld dat we betalen om iemand in de ellende te houden, kunnen we daar nou niet een deel van gebruiken om ze uit de ellende te helpen? Als je die middelen kunt gebruiken om iemand te helpen, is geld het probleem niet.”

    Het Grote Buurten en Wijken Debat

    Op 6 maart gaat René Peters online in debat met 6 andere kandidaat-Kamerleden. Wil je daar ook bij zijn en meedoen? Meld je hieronder aan:

  • Meer van onze leden

    Stichting Doarpswurk

    Stichting Doarpswurk

    Doarpswurk is DE autoriteit en DE expert op het gebied van het ondersteunen van ...

    Lees meer >
    Fonds Wassenaar

    Fonds Wassenaar

    Fonds Wassenaar is een onafhankelijk, lokaal fonds van en voor Wassenaarders met als doelstelling de sociale cohesie ...

    Lees meer >
    Huiskamer van Wezep

    Huiskamer van Wezep

    De Huiskamer is een inloophuis. Opgericht door de burger voor de burger. Er ...

    Lees meer >