Hoe betrek je bewoners écht bij energietransitie? | Gastblog

  • Gastblog Milou van Rijn | In het algemeen lees ik graag de blogs van Sven Ringelberg. De verhalen die hij deelt over de energietransitie helpen om verder te kijken en van te leren. Echter zijn blog over "Participatie en leiderschap" waarin hij zich afvraagt of participatie wel noodzakelijk is, roept bij mij vooral vragen op.

    Doen we wel de juiste dingen als we ons afvragen of de roep om participatie een gebrek aan leiderschap is? Gaat het dan niet goed door de wijze waarop we participatie toepassen? Is er behoefte aan een andere wijze van besturen en leiderschap? Hebben we het dan over kleine aanpassingen of moet het roer om? Om maar met de deur in huis te vallen: Ik denk dat participatie principieel juist is. Op voorwaarde dat sprake is van echte participatie. En dat mogelijk maken vraagt om een heel andere kijk van (be)sturen.

    Betrokkenheid bewoners

    “Je wilt als burger niet altijd en overal betrokken worden”, stelt Sven. Maar heeft dat te maken met de manier waarop wij dit meepraten organiseren of heeft de burger echt geen interesse? Dit laatste kan ik niet geloven. Loskomen van het aardgas gebeurt op straat en in je woning. Bovendien wordt verwacht dat je zelf mee investeert. Direct in je eigen woning of indirect in het geval van een huurwoning. Vroeg of laat, ga je hier echt wat van vinden en wil je gehoord worden. Er wordt min of meer over jouw woning beslist wat je voor maatregelen moet toepassen. En ook het straatbeeld verandert enorm als het plaatselijke speeltuintje of het weinige groen moet wijken voor een transformatorhuis.

    Er wordt min of meer over jouw woning beslist wat je voor maatregelen moet toepassen.

    Tegelijkertijd is energie is een nutsvoorziening. Wijken, gemeenten en regio’s beïnvloeden elkaars energiesystemen, daarmee is niet altijd alles mogelijk. Ook is sprake van een algemeen belang boven een individueel belang. Dat is niet nieuw. We polderen al eeuwen. Toch is het voor college en raad een groot vraagstuk. Het is nogal wat om over mensen te beslissen omdat niet alles mogelijk is. En als je de keuze vrij laat is het de vraag of het nog lukt tegen de laagste maatschappelijke kosten. Wat is wijs? De roep om bewoners te betrekken is daarmee legitiem en niet een gebrek aan leiderschap.

    Participatie en eigenaarschap

    Maar als je wilt dat burgers zich gehoord voelen, dan vraagt dat wat van het participatieproces. Hoe bereik je burgers? In hoeverre is sprake van keuzevrijheid? De participatievormen die nu vaak worden gekozen als het gaat om energietransitie, zijn een combinatie van “bewonersavonden” en enquêtes/burgerpanels. Dit uit zich in een gedegen voorbereiding, lijsten met faq’s en vooral veel ambtenaren. Veel regie en veel uitleg want het is een ingewikkeld verhaal. Maar de opkomst is laag en het zijn veelal de usual suspects die meepraten. Als de bewoner vooral wordt geïnformeerd terwijl er geen sprake is van keuzevrijheid dan schuurt dat. Waarom meepraten als toch alles al is bepaald? Waarom een ander geluid laten horen als er toch niks mee wordt gedaan? Willen we ons doel bereiken, voorbij de usual suspects komen en bereiken dat mensen ook zelf in actie komen, dan is een andere houding noodzakelijk. Van controle en dichttimmeren naar vertrouwen durven geven. Van informeren naar het ontwikkelen van eigenaarschap.

    Als de bewoner vooral wordt geïnformeerd terwijl er geen sprake is van keuzevrijheid dan schuurt dat.

    Het antwoord ligt in de wijze waar, wanneer, waarover en op welke wijze je met bewoners in gesprek gaat.

    • Ben transparant. Geef aan dat het in eerste instantie gaat over informeren. Wat zijn de ambities en waar komen deze vandaan? Welke routes zijn optimaal (op hoofdlijnen) en waarom?
    • Ga met een bewonersbril op onderzoeken hoe je samen kaders kunt vaststellen over het vervolgproces. Denk hierbij aan zaken als wanneer is sprake van een legitieme bewonersvertegenwoordiging? Hoe kunnen we deze mensen bereiken? Wat doen we als er gedoe in de wijk ontstaat? Hoe waak je voor een goede sfeer?
    • Ga met een bewonersbril op, samen met bewoners en/of organisaties die de structuren in de wijk kennen, samen onderzoeken waar sprake is van beren op de weg binnen de gekozen routes. En definieer vooraf op basis hiervan waar beslisruimte is.
    • Ben transparant in dit proces, laat deze kaders vaststellen door de raad en laat zien wat je doet. Als je van A naar B wil, doe dat dan op de manier van B. Op basis van betrokkenheid en vertrouwen.

    Wellicht is op de eerste bewonersavonden sprake van een lage opkomst. Deze informatie is namelijk ook op andere wijze te vinden. Maar als het echt gaat om de aanpak in hun buurt, hun huizenblok, dan komen zij echt wel meepraten en vooral meedoen! Je voelt eigenaarschap omdat het heel dichtbij is. En door de transparantie in het voorliggende proces weet je waar nog ruimte is voor keuzevrijheid en je echt invloed kunt uitoefenen.

    De kunst is om aan te sluiten en te starten bij de belevingswereld/agenda van bewoners en van daaruit dingen laten ontstaan.

    Dit gesprek en een transparant proces samen, maakt echte participatie. Dit vraagt om passie en de wil om je aan anderen te verbinden, luisteren, lef en de wil om het echt samen te doen. Samen in de zin van het besef van wederzijdse afhankelijkheid. Samen om daar waar keuzevrijheid is, serieus op zoek te gaan naar de haalbaarheid van de ideeën van bewoners en bedrijven. De keuzevrijheid zit meer in het hoe gaan we het regelen (en hier faciliteren) dan wat gaan we doen. De kunst is om aan te sluiten/te starten bij de belevingswereld/agenda van bewoners en van daaruit dingen laten ontstaan. Dit vraagt om een meer faciliterende stijl.

    Ervaringen uit het verleden

    Waar Sven verwijst naar ervaringen in het verleden (Deltawerken, rivierenwerken, aardgastransitie in de jaren 60) verwijs ik graag naar de tijd van stadsvernieuwing. In de tijd van de stadsvernieuwing kwamen twee processen samen. Een verbouwproces (woningen) en een opbouwproces waarin de bewoners, ondersteund door opbouwwerkers weer greep kregen over wat er in hun eigen buurt gebeurt. Net zoals in de tijd van de stadsvernieuwing kunnen opbouwwerkers bewoners toerusten om een actieve rol te spelen in de energietransitie. Hoe ontwikkelen we democratische processen bij de warmtetransitie? En breder hoe gaan mensen over op een andere meer duurzame leefstijl? Hoe zorgen we voor een rechtvaardige verdeling van de kosten van de transitie en hoe voorkomen we energiearmoede?

    Bewustwording is een sleutelwoord, net als zorgen dat bewoners hun stem kunnen laten horen op een manier die bij hun past. Dit zit in het DNA van opbouwwerkers en welzijnsorganisaties, Welzijn gaat over samenlevingsopbouw. Op eigen kracht of met steun van opbouwwerk hebben bewoners buurtcentra in zelfbeheer, werken bewoners aan leefbaarheid en sociale veiligheid en ontwikkelen zij tal van activiteiten om de sociale cohesie in de wijk te versterken. Met een beetje ondersteuning zie ik in de toekomst wel eigen wijkondernemingen ontstaan die actief zijn op het gebied van energie. Dan is het wel van belang dat leiders durven loslaten in vertrouwen. Loslaten in de wetenschap dat dit het gevolg is van een faciliterende bestuursstijl. En durven vertrouwen op de collectieve intelligentie van bewoners in plaats van zich rot te schrikken en direct op de rem gaan staan. Dit is dienend leiderschap gericht op de toekomst.

    Proeftuinaanpak

    Terugkomend op mijn vraag of we wel de juiste dingen doen, pleit ik daarom voor ruimte en lef van lokale bestuurders om een pilot te starten binnen de warmtetransitie. Pilot als het gaat om bestuursstijl, transparantie en dienend leiderschap.

    Het LSA (Landelijke samenwerking actieve bewoners) is een vereniging van krachtige bewonersinitiatieven en bestaat al dertig jaar! Ook het opbouwwerk heeft ervaring vanuit de stadsvernieuwing en is actief om deze ervaring specifiek te vertalen naar de energietransitie. Er zijn daarmee zowel actieve bewoners als goede procesbegeleiders beschikbaar.

    Nu is het de vraag aan rijk en gemeente of we ruimte willen creëren om te onderzoeken welke wijze het beste aansluit bij bewoners en durven vertrouwen dat opschaling mogelijk is, als we de processen aan de voorkant goed organiseren. Daar zit juist de leerervaring die we moeten delen om straks beheersbaar op te schalen. Heb regelmatig contact met elkaar, leer van de opgedane ervaringen en oplossingen. Als iets niet goed gaat is het geen fout, maar loopt het anders dan gedacht!

    Milou van Rijn is een vergroener en verbinder die energie krijgt van thema’s als maatschappelijk vastgoed, energietransitie en water & klimaat. Of, zoals ze het zelf zegt: “Daar waar behoefte is aan echte participatie en ruimte is voor eigenaarschap van bewoners. 

     


    Leuk, houd me vaker op de hoogte!

    We sturen je met plezier het hele jaar nieuws over LSA. Zo zie je wat voor een moois bewonersinitiatieven bereiken.
    Hier abonneer je je op onze nieuwsbrief. (En hier lees je de meest recente, over bewoners met grootse plannen)

    Ik wil ook lid worden!

    Wees welkom! Je kunt je hier aanmelden als lid van LSA of onze vriend worden.

  • Meer van onze leden

    Ammeroetoe

    Ammeroetoe

    Ammeroetoe is ontstaan als onderdeel van het project Nieuw Zuid in Harlingen en groeit uit tot een bewonersbedrijf . ...

    Lees meer >
    Stichting Het Lokaal

    Stichting Het Lokaal

    Stichting Het Lokaal is onderdeel van het bewonersinitiatief Haag en Hof te Houten. De stichting beheert Het Lokaal, ...

    Lees meer >
    Stadsonderneming Zutphen

    Stadsonderneming Zutphen

    De Stadsonderneming Zutphen is een onafhankelijke stichting die door een groep maatschappelijk betrokken burgers is ...

    Lees meer >