Lokaal maatwerk als organisatiemodel

  • Het LSA participeert in een onderzoeksproject van de TU Delft, Westminster University en Stockholm University, gefinancierd door Power to Change, over Community Based Social Enterprise (In Nederland vooral bekend als BewonersBedrijven).  Op 1 en 2 juni 2017 kwamen onderzoekers en mensen uit de praktijk bij elkaar om de verschillen, overeenkomsten en ingrediënten voor succes met elkaar te vergelijken.

    Engeland, Zweden en Nederland

    Van de drie landen heeft Engeland de langste traditie met BewonersBedrijven en sluit Zweden net aan. Hoe komt dat eigenlijk? Een van de suggesties die gedaan wordt is de verzorgingsstaat en in hoeverre die nog voorziet in wat mensen in buurten nodig hebben. Zoals Peter McGurn, directeur van de Goodwin Development Trust, aangeeft: “Wij springen in het gat dat de staat laat vallen, en dat doen we al meer dan 20 jaar. We begonnen met het ondersteunen van jonge gezinnen, activiteiten voor kinderen en jongeren om hen perspectief te geven. Nu bieden we zelfs betaalbare en energiezuinige woningen aan. Er zit op een gegeven moment wel een grens aan wat wij kunnen doen, zeker zonder financiering van de overheid”.

     

    Werkgelegenheid en lokale economie

    Het ligt er ook een beetje aan waar je op focust. In Engeland en Nederland ligt de nadruk op BewonersBedrijven in stedelijke gebieden, vooral in die buurten en wijken die voorheen als aandachtswijken te boek stonden. Maar als je kijkt naar het platteland, dan zijn er zeker in de dunbevolkte gebieden van Zweden al jaren dorpen die veel voorzieningen in eigen beheer regelen, omdat er nou eenmaal niets anders is. De BewonersBedrijven die in Zweden meer in stedelijk gebied ontstaan richten zich vooral op werkgelegenheid.

     

    Het creëren van banen is een thema dat leeft in alle drie de landen. Om echt verschil te maken in de wijken waar deze BewonersBedrijven actief zijn, moeten er banen gecreëerd worden en de lokale economie gestimuleerd worden. In tegenstelling tot in het verleden, waar er geïnvesteerd werd in wijken, maar dat geld eigenlijk zo de buurt weer uitstroomde doordat het werk gedaan werd door instanties, mensen, bedrijven van buiten de wijk.

     

    Vastgoed als motor

    Een belangrijke motor voor bewoners bedrijven om financieel onafhankelijk en duurzaam te zijn is het bezit van ‘assets’  (voornamelijk gebouwen).  In Engeland (waaronder de Goodwin Develpment Trust) zijn de BewonersBedrijven die het hoofd boven water weten te houden in economisch zware tijden nagenoeg allemaal organisaties die gebouwen in bezit hebben. Hiermee kunnen ze inkomen genereren en met deze gebouwen als onderpand (goedkopere) leningen afsluiten voor projectontwikkeling. In Nederland zie je dat BewonersBedrijf Malburgen met het Bruishuis ook een van de succesvollere bewoners bedrijven is.

     

    Engeland kent een actieve en succesvolle lobby voor ‘community ownership’  van vastgoed. In de jaren 90 kwamen een aantal Development Trusts binnen de Development Trust Association (nu Locality) samen om het overdragen van ‘community assets’ op de politieke agenda te krijgen. Na een lobby van vele jaren zijn er verschillende (financiële) stimuleringsprogramma’s vanuit de overheid geweest om zulke assets in eigendom van de gemeenschap te verwerven en hebben veel gemeenten een beleid rondom het overdragen van community assets. Daarnaast hebben de goededoelenloterijen zich er ook achter geschaard; zo heeft de Big Lottery een aantal grote programma’s waarmee BewonersBedrijven gebouwen uit de kunnen opkopen en opknappen en heeft de Heritage Lottery een speciaal fonds om monumenten te behouden voor de wijk. En is er een fonds van 150 miljoen opgericht, Power to Change, specifiek bedoeld voor BewonersBedrijven.

     

    Sociaal en menselijk kapitaal

    Uiteraard is economisch kapitaal niet de enige motor achter succesvolle wijkontwikkeling vanuit de samenleving. Het aanwezige sociaal kapitaal, bestaande netwerken en talenten van direct betrokkenen zijn uitgebreid aan bod gekomen in dit seminar. Zo ook de rol van een directeur of zakelijk leider binnen het BewonersBedrijf. In Engeland heel gebruikelijk. In Zweden vaak niet. En in Nederland voornamelijk afhankelijk van de financiële ruimte om iemand aan te kunnen nemen.  In Zweden is het vooralsnog ook vooral een ideologische keuze: “zo lang we het leiderschap op vrijwillige basis blijven invullen, blijft het van de wijk”. Het Nederlandse model volgt wat meer naar Engels voorbeeld. Onze initiatieven starten met vrijwilligers, sommige groeien uit naar  BewonersBedrijven waar een directeur of zakelijk leider noodzakelijk is om de ambities te kunnen bereiken. En bij sommigen past het om met vrijwilligers de activiteiten te blijven coördineren.

     

    Dat laatste sluit aan bij een rode draad die door het seminar liep, maar ook door de aanpak van LSA met het project BewonersBedrijven, namelijk ‘contingency theory’. Het idee dat er niet een juist organisatiemodel is, maar dat het afhangt van de lokale situatie. Wie wonen er, welke andere partijen zijn er al actief, hoe ziet het politieke landschap er uit, wat speelt er lokaal, wie zijn bereid de kar te trekken? Dus voor dit onderzoeksproject wordt het ook de kunst om juist te ontdekken wat geldt voor ons allemaal en wat is afhankelijk van de situatie.

  • Meer van onze leden

    ’t Luukske

    ’t Luukske

    • Wellerlooi

    In het Limburgse Bergen besloot de gemeente in 2013 om de bestaande gymzaal in Wellerlooi te sluiten en ...

    Lees meer >
    BewonersBedrijf Op Eigen Houtje

    BewonersBedrijf Op Eigen Houtje

    • Emmen

    BewonersBedrijf Op Eigen Houtje wil zorgen voor samenhang tussen bewoners van de wijk Emmerhout in Emmen. Op Eigen ...

    Lees meer >
    Kruiskamp Onderneemt!

    Kruiskamp Onderneemt!

    • Amersfoort

    In Amersfoort namen bewoners het voormalige schoolgebouw de Witte Vlinder over en startten Kruiskamp Onderneemt ...

    Lees meer >