Internationaal onderzoek: BewonersBedrijven vullen gaten op en creëren nieuwe voorzieningen

  • Wat zijn verschillen en overeenkomsten tussen BewonersBedrijven in Nederland, Zweden en Engeland? Het is uitgebreid onderzocht door drie universiteiten. Het rapport is uit: ‘An assessment of community-based social enterprises in three European countries’. LSA ondervraagt onderzoeker Reinout Kleinhans over zijn bevindingen én over zijn ideeën hoe de beweging van BewonersBedrijven in Nederland versterkt kan worden. “Alle gemeenten zouden een soort Chief Bewonersinitiatief moeten hebben.”

    Het vergelijkend onderzoek naar de rol, financiering en impact van Community-Based Social Enterprises (in Nederland vooral bekend als BewonersBedrijven) is uitgevoerd door TU Delft, Westminster University en Stockholm University en gefinancierd door Power to Change. Het onderzoek richt zich op de verschillen en overeenkomsten tussen deze initiatieven in drie landen.

    Reinout Kleinhans, jij hebt in drie landen ‘community-based social enterprises’ onderzocht, wat waren voor jou de opmerkelijkste bevindingen?

    Onderzoeker Reinout Kleinhans

    “Het meest opmerkelijk vind ik dat we behalve verschillen ook veel overeenkomsten gevonden hebben. Overal is de lokale context erg belangrijk: welke lokale problemen en kansen liggen ten grondslag aan deze ondernemingen, waar ontstaan ze, wie zijn er betrokken, en hoe werken de lokale overheid en instellingen met hen samen?
    Je ziet veel overeenkomsten in de idealen van de initiatiefnemers. Je ziet bijvoorbeeld dat de BewonersBedrijven bijna altijd ontstaan als een reactie op sociale ontwikkelingen, meer specifiek: bijna altijd als een reactie op bezuinigingen en beleidshervormingen. Voorzieningen en laagdrempelige ontmoetingsplekken vallen weg en bewonersgroepen staan op om iets te organiseren voor (arme) bewoners die door de bezuinigingen extra hard geraakt worden.
    In heel Europa is er natuurlijk een flinke economische crisis geweest en in die tijd zijn er veel BewonersBedrijven opgestaan, met name in armere gebieden zoals de Nederlandse aandachtswijken, om iets te betekenen voor de wijk en de mensen. Veel BewonersBedrijven in Engeland bestonden al ver voor de crisis, maar ook daar is sinds de crisistijd een opleving te zien.”

    Maar de crisis is voorbij: het gaat economisch goed. Zie je nu daarom ook minder (actieve) BewonersBedrijven?

    “De crisis is voorbij, maar de doelgroepen waar BewonersBedrijven voor werken profiteren tot nu toe niet mee van de economische opleving. Sterker nog: het gaat financieel vaak slechter met deze groep dan voor de crisis. Dat zie je ook aan de aandachtswijken die tot enkele jaren geleden de nodige financiering en ondersteuning kregen, maar waar nu vaak weer een achteruitgang geconstateerd wordt. Wat wegbezuinigd is komt namelijk niet terug. Het antwoord op al deze bezuinigingen en hervormingen komt nu vaak van bewoners zelf. Zij tuigen kleinschalige lokale sociale ondernemingen op en vangen gaten op die de overheid laat vallen, maar creëren ook vaak hele nieuwe voorzieningen. Van uiterst betaalbare gezellige buurtmaaltijden tot re-integratietrajecten, taalcursussen en ontmoetingsplekken.”

    “Het antwoord op bezuinigingen en hervormingen komt nu vaak van bewoners zelf.”

    Wat viel je op in de verschillen in financiering en ondersteuning?

    “In Engeland heb je veel meer grote nationale fondsen die groots durven en willen investeren in BewonersBedrijven, dat scheelt enorm. Wij hebben natuurlijk Stichting Doen die hier actief mee bezig is, de schaalgrootte is echter niet te vergelijken. Maar dat is slechts één ding. Er is een andere reden waarom BewonersBedrijven in Engeland zich beter konden ontwikkelen: in Engeland zijn ze veel verder met het overdragen van maatschappelijk vastgoed, zoals buurthuizen, leegstaande kerken en zelfs fabrieksgebouwen. Het denken daarover en het beleid loopt mijlenver voor op Nederland. Hier is vanuit gemeenten nog veel koudwatervrees, of ze willen alleen tegen marktconforme prijzen verhuren. Maar vastgoed is van groot belang voor BewonersBedrijven. Want met vastgoed kun je een stuk makkelijker een verdienmodel creëren en daarmee financieel onafhankelijk zijn van de overheid.
    Ik moet er wel bij zeggen dat dit vastgoed vaak in erbarmelijke staat is en dus nog door bewoners verbouwd moet worden, maar daarvoor zijn er ook veel grote nationale fondsen. Zo heeft de Big Lottery Fund programma’s waarmee BewonersBedrijven gebouwen kunnen opkopen en opknappen en heeft de Heritage Lottery een speciaal fonds om monumenten te behouden voor de wijk. En is er een fonds van 150 miljoen opgericht, Power to Change, specifiek bedoeld voor zogenaamde ‘community business’; wij zouden zeggen, BewonersBedrijven.”

    De buurt kwam in opstand toen MidWest leek te moeten sluiten omdat het gebouw commercieel verkocht zou worden – foto: Bram Budel

    Wat kun je zeggen over de impact van de BewonersBedrijven?

    “In alle drie de landen wordt de impact van de onderzochte community-based social enterprises als significant ervaren, op lokaal niveau. En zeker in relatie tot de beschikbare middelen. Maar overal vragen bestuursleden zich af: hoe kun je nou laten zien aan de buitenwereld wat voor impact je hebt? Die valt immers niet echt te ‘meten’. We zien bijgevolg vooral informele manieren van verantwoording afleggen en ik ben daar ook een groot voorstander van. Natuurlijk heb je een bepaalde formele financiële verantwoording af te leggen naar financiers en de Belastingdienst, maar je moet aan dit soort initiatieven niet vragen om een heleboel andere rapportages op te tuigen. Dat is zonde van de mankracht. Je ziet in Engeland dat de grotere community-based social enterprises recalcitranter durven te zijn, zij zeggen gewoon: dat doen we niet. Zij stellen: wij staan voortdurend in contact met onze achterban en onze samenwerkingspartners en overleggen met hen wat we doen en waar we voor staan. Via persoonlijke contacten, de activiteiten, website en sociale media bijvoorbeeld. Zij doen vooral aan storytelling: op een mooie manier het verhaal delen van je initiatief en hoe dat verschil maakt in het leven van individuele burgers. Ik ben ervoor dat er in Nederland meer acceptatie komt voor deze, meer informele vormen van verantwoording afleggen. Je moet redelijk kleinschalige BewonersBedrijven niet opzadelen met tijdrovende methodieken en ingewikkelde rapportages. Hun impact is, hoe lovenswaardig ook, meestal kleinschalig en zou daardoor al te gemakkelijk wegvallen in de veelgebruikte monitoringsinstrumenten. Dat doet geen recht aan de inspanningen van deze BewonersBedrijven.”

    “De aanjaagfunctie die LSA heeft voor BewonersBedrijven en andere bewonersinitiatieven is essentieel.”

    Wat kan de Nederlandse rijksoverheid doen om de beweging te versterken?

    “Ik denk niet zo gek veel, behalve blijven benoemen waarom het van groot belang is dat deze beweging van actieve bewoners ruimte en ondersteuning krijgt van de gemeenten. Ze moeten de gemeenten ook om resultaten vragen op dit gebied. Daarnaast is het van groot belang dat ze de aanjagers financieren: koepelorganisaties voor actieve bewoners in allerlei domeinen, dus ook het LSA. Jullie zijn de landelijke vereniging waar bewonersgroepen, zoals BewonersBedrijven, lid van zijn en jullie delen kennis en agenderen hun belangen. Deze aanjaagfunctie die LSA heeft voor BewonersBedrijven en andere bewonersinitiatieven is essentieel. LSA is één van de ‘participatiewaakhonden’ van Nederland, die er voor moeten zorgen dat bewonersinitiatieven de ruimte krijgen om verschil te maken, zoals het Ministerie van Binnenlandse zaken bedoelt met de term ‘doe-democratie’. BewonersBedrijven zijn zelf meestal te klein om dingen politiek te agenderen. Dat doet de vereniging LSA voortdurend en dat is absoluut nodig om de vaart erin te houden en vernieuwing mogelijk te maken.”

    “‘De gemeente’ bestaat niet voor een BewonersBedrijf, het is een veelkoppig monster met vele afdelingen en loketten.”

    We zitten vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, dus misschien nog wel veel belangrijker: wat kunnen Nederlandse gemeenten doen om deze beweging te ondersteunen?

    “Er zitten grote verschillen in gemeentelijk beleid, maar ook de lokale uitvoering daarvan. Dat komt deels door het ‘systeem’, maar vooral door de mensen die er werken. Staan die wel of niet positief tegenover het BewonersBedrijf? Maar dan nog, ‘de gemeente’ bestaat niet voor een BewonersBedrijf, het is een veelkoppig monster met vele afdelingen en loketten en dus gesprekspartners. Zelfs als ze op papier positief tegenover bewonersinitiatief staan, is het in de praktijk heel lastig om goed samen te werken met ‘de gemeente’, om de neuzen van alle betrokken afdelingen in dezelfde richting te krijgen. De verkokering, de houding van meer traditionele ambtenaren, twijfels aan de capaciteiten van actieve bewoners. Het is een buitengewoon hardnekkig probleem. En daarnaast zien welzijnsorganisaties aanstormende bewonersbedrijven nogal eens als concurrenten in het lokale sociale domein, denk bijvoorbeeld aan de sociale wijkteams.
    Het is logisch dat veel gemeenteambtenaren niet meteen mee kunnen in de omslag naar een andere, meer gelijkwaardige samenwerking met bewonersinitiatief. Gemeenten hebben sinds de decentralisatie van de jeugd- en ouderenzorg, wijkvernieuwing en vele andere terreinen steeds meer op hun bord gekregen. Tegelijkertijd hebben ze minder geld. Ga er maar aan staan. Van individuele ambtenaren worden nu heel andere kwaliteiten gevraagd dan voorheen, zoals empathie, verbinden en flexibiliteit. Natuurlijk heb je in elke gemeente een aantal voorlopers. De vraag is hoeveel ruimte zij krijgen en hoe goed ze hun meer behoudende collega’s mee kunnen nemen.
    Persoonlijk, dit staat dus los van het onderzoek, denk ik dat elke gemeente iemand nodig heeft die rechtstreeks onder het College van B&W valt, die met een positieve blik naar bewonersinitiatieven kijkt. Iemand die zoekt naar de rek in de regels, die ziet wat er wél kan. En dan ook de positie heeft om te zeggen: hup, aan de slag ermee. Een soort Chief Bewonersinitiatief!
    Deze persoon kijkt ook naar mogelijkheden tot asset transfer (overdracht van maatschappelijk vastgoed), naar een soepelere manier van het afleggen van verantwoording en naar andere vormen van samenwerking en bepaling van maatschappelijke waarde. Laat dat laatste nu net een gedeeld belang van gemeenten en BewonersBedrijven zijn.”

     

    Lees het volledige rapport, alsmede de analyses van drie Nederlandse BewonersBedrijven: BewonersBedrijf Malburgen, BewonersBedrijf Crabbehoeve en BewonersBedrijven Zaanstad.

     

    Lees ook het bericht dat we eerder schreven over dit onderzoek: Lokaal maatwerk als organisatiemodel

     

  • Meer van onze leden

    Dorpscoöperatie Gerkesklooster Stroobos

    Dorpscoöperatie Gerkesklooster Stroobos

    Dorpscoöperatie Gerkesklooster-Stroobos heeft een generatiehuis opgericht in het voormalige schoolgebouw van het ...

    Lees meer >
    Hart voor de K-buurt

    Hart voor de K-buurt

    In Amsterdam Zuidoost Samen is een brede coalitie van Amsterdammers uit de K-buurt (metrostation Kraaiennest) ...

    Lees meer >
    Stichting Tevreden

    Stichting Tevreden

    Stichting Tevreden bestaat uit betrokken Deventenaren die van elke Deventenaar een Tevreden Deventenaar willen ...

    Lees meer >