Subsidie hocus pocus

  • Vanmorgen in de trein een bericht van een van onze leden Hart voor de K-buurt over hun vermoeiende strijd om een beetje subsidiegeld voor hun enorme inspanningen en resultaten in hun buurt. Oh ja… herkenbaar dacht ik. Maar ook exemplarisch en daarom het delen waard. Dat is waarom we pleiten voor een nieuw instrument.

    Right to Challenge. Sinds het serieus in de belangstelling staat krijg ik steeds vaker de vraag: waarom is dat nodig? Er gaat toch al heel veel goed in de samenwerking tussen gemeente en bewonersinitiatief? Ja, vaak wel. Maar ook heel vaak niet. Bewonersinitiatieven passen nou eenmaal niet in de logica van gemeenten.

    Bewonersbudget, subsidie of opdracht

    Bewonersinitiatieven die we traditioneel kennen zijn relatief klein en overzichtelijk. Een buurtactiviteit, een bankje of het opknappen van de straat. Bijna iedere gemeente kent wel een initiatievenfonds, wijkbudget of andere vorm om kleinschalige initiatieven te financieren. Prima! Toegang is vaak laagdrempelig en de verantwoording past bij de omvang van het initiatief.

    De laatste jaren zien we een snel tempo van emancipatie binnen bewonersinitiatieven. Ze dragen steeds vaker bij aan maatschappelijke uitdagingen. Minister Ollongren noemt dat in haar plan van aanpak voor versterking lokale democratie en bestuur  ‘Lokale opgaven vragen om versterkte lokale democratie’.

    En steeds vaker pakken bewoners deze maatschappelijke opgaven op met lokale oplossingen. Werk maken van werkgelegenheid, dagopvang van ouderen, openhouden van een buurtontmoetingsplek of het runnen van een wijkvervoersdienst.

    Deze projecten hebben een gezamenlijk kenmerk: ze zijn gestart vanuit een behoefte of gemis aan een voorziening. En ze werken aan meervoudige impact. De vervoersdienst helpt mensen aan een baan, maakt voorzieningen beter bereikbaar, voorkomt isolement bij ouderen en draagt bij aan minder auto’s en parkeerdruk in een wijk.

    Het initiatief, vaak toegejuicht door buurt en ook gemeente, past niet binnen de hokjes van beleid en potjes van financiering. Subsidieprocedures zijn ingewikkeld en vaak niet op schaal van een buurtinitiatief.

    Kafka in de Bijlmer

    Bij uitstek is het initiatief van Hart voor de K-buurt exemplarisch. Bewoners organiseerden zich omdat ze dachten zelf beter een plan voor de buurt te kunnen maken. In tegenstelling tot een in de haast ingehuurd bureau lukte het hen wel om de hele buurt te mobiliseren en een buurtplan te maken. Toen eindelijk het vertrouwen was gewonnen dat bewoners ook in staat zijn om een goed plan te maken (ze kregen hierbij ondersteuning van een partij die vertrouwd werd), moesten daar ook middelen voor vrijgemaakt worden. De bewoners in de K-buurt spreken inmiddels over een subsidie hocus pocus. Ondanks draagvlak bij gemeente en wethouders werden ze van het kastje naar de muur gestuurd van stadsdeel naar centrale stad. Van aanvraag naar aanvraag, voorwaarde op voorwaarde. Ze maakten hiervoor een informatief en onderhoudend filmpje, om hun verhaal ook aan de rekenkamer over te kunnen brengen. Deze was inmiddels op hun spoor gekomen omdat het wel heel vaak mis ging in de K-buurt met het beschikbaar stellen van publieke middelen.

    Wat leren we hiervan?

    Niemand binnen de gemeente Amsterdam heeft dit gewild. Ze zijn gebonden aan (soms door de eigen organisatie opgelegde) regels rondom subsidie. Subsidies zijn vaak niet geschikt voor het financieren van bewonersinitiatieven. Subsidieregelingen zijn ontoegankelijk, complex of sluiten niet aan bij de realiteit van de wijk. Willekeur en persoonlijke voorkeuren kunnen een belangrijke rol spelen in de toekenning. En soms zien we zelfs bewuste obstructie door het ontbreken van tegenmacht, zoals Paul de Bruijn laatst betoogde.  Subsidies kennen vaak veel voorwaarden en bieden ruimte aan veel sturing door degene die ze uitgeeft. Afhankelijkheid zorgt vaak niet voor de beste plannen voor een wijk maar voor lippendienst aan een beleidsafdeling. Kortom; dit instrumentarium past vaak niet bij bewonersinitiatieven.

    Tegenover elkaar of met elkaar?

    Met het right to challenge kunnen bewoners zeggen: die publieke taak kunnen wij net zo goed of misschien wel beter. We gebruiken de kennis en talenten van buurtbewoners om iets voor elkaar te krijgen. Daarmee bereiken we meer doelen dan het doel van de publieke taak alleen. Samen maken we met dezelfde middelen meer waarde.

    Komen bewonersinitiatieven dan tegenover hun gemeente te staan? Wat mij betreft niet. Een overheid die de kracht van de samenleving goed wil benutten (en welke gemeente wil dat nou niet?) juicht een dergelijke opstelling van georganiseerde bewoners toe. En bij deze publieke opgaven horen ook publieke middelen. Bewoners worden opdrachtnemer en gemeenten  betrokken opdrachtnemer. Het right to challenge wordt hiermee een nieuw instrument voor gemeenten dat past bij deze tijd.

    Terug naar de K-buurt

    Hart voor de K-buurt kent een enorme veerkracht en ondernemersgeest. Ze komen er ongetwijfeld uit. Ik voel me nog gemotiveerder om aan hun zijde te gaan staan en met alle andere actieve bewoners in het land te werken aan een beter klimaat voor bewonersinitiatieven.

  • Meer van onze leden

    Dorpshuis Fort Vreeswijk

    Dorpshuis Fort Vreeswijk

    • Nieuwegein

    In een prachtig oud fort voeren de wijkbewoners van het Nieuwegeinse Vreeswijk het dagelijks beheer over Dorpshuis ...

    Lees meer >
    In De Boomtak

    In De Boomtak

    • Tilburg

    In Tilburg wist Wijkcentrum In De Boomtak op bijzondere wijze geld in te zamelen: bewoners kochten voor minimaal ...

    Lees meer >
    ONS

    ONS

    • Breda

    ONS in Geeren-Zuid is een buurthuis nieuwe stijl. Onder één dak huisvest de wijkaccommodatie een restaurant, ...

    Lees meer >