Bewonersinitiatieven hebben nog steeds marginale invloed

  • Het wil niet vlotten met burger / bewonersinitiatieven. Ondanks alle lippendienst, interne trainingen en congressen voor ambtenaren, lijken overheden nog weinig op te hebben met al die zelfacterende burgers. Veel bewonersinitiatieven worden gesmoord in gebrek aan politieke en bestuurlijke visie, kortetermijnuitverkoop van maatschappelijk bezit en obstructie-plegende ambtenaren.

    Blog van LSA-bestuurslid Paul de Bruijn

    Participatie, maar van wie

    Het ging al direct mis toen de overheden ‘de participatie-maatschappij’ in de steigers zetten. In 2013 las Willem-Alexander in de troonrede de woorden van het kabinet voor waarin iedereen deel moest nemen aan de samenleving en zijn steentje kon en moest bijdragen aan haar welvaren.
    De reacties waren al snel sceptisch, was het niet gewoon een oproep van een overheid aan de burger om de gaten op te vullen die vielen door inmiddels decennia lopende bezuinigingen op zorg en andere maatschappelijke taken? En hoe kon een burger participeren in een samenleving waarvan hij zelf de basis is?
    De kritiek is er sinds introductie van de ‘participatie-maatschappij’ niet minder op geworden. De eerste langdurige ervaringen stemmen niet hoopvol: zodra bewoners met hun goedbedoelde inititief de (lokale) overheid voor de voeten gaan lopen bij het uitvoeren van haar eigen agenda of het bedrijfsleven ‘beconcurreren’, is de liefde van diezelfde overheid snel over: de hindernissenbaan wordt dan maximaal in stelling gebracht.

    Bewonersinitiatieven
    Uiteindelijk zullen burgerinitiatieven alleen als tegenmacht naar de volgende fase komen. (Foto: Paul de Bruijn op Tempelhof in Berlijn)

    Hindernissen, maar welke

    In een onderzoek van de NOS naar de ervaringen van bewoners met de overheid komt naar voren dat overheden vaak initiatiefnemers frustreren: ‘Burgerinitiatieven passen niet altijd in de bestaande kaders en regels, en er is bij ambtenaren soms onvoldoende bereidheid om daar flexibel en creatief mee om te gaan, is de breed gedeelde klacht. “De gemeente is tot nu toe vooral een hobbel geweest omdat er zoveel regelgeving is en niets kan en niets mag”, vertelt een van de initiatiefnemers.’
    Een voorzichtige weergave van de realiteit. Veel initiatieven ondervinden vaak regelrechte weerstand vanuit hun stadhuis. Ambtenaren die een initiatief niet zien zitten, hebben een lade vol instrumenten, regels, voorschriften, al dan niet valide argumenten en dooddoeners om de burger effectief te ontmoedigen of regelrecht een poot dwars te zetten. Soms volstaat een simpel: ‘Omdat ík het niet wil’ om een bewonersproject om zeep te helpen. Ook de Nationale Ombudsman publiceerde onlangs een onthutsend rapport over hoe de bewoners met hun initiatief het ambtelijke bos worden ingestuurd.
    Vooral als burgerinitiatieven te groot worden of initiatiefnemers volgens de ambtenaren op ‘hun’ stoel gaan zitten, gaat het al snel fout.
    Ook als een initiatief te lang gaat duren, of een projectontwikkelaar zich voor de plek of het door de bewoners tijdelijk in gebruik gegeven pand als geïnteresseerde bij de gemeente meldt, is er geen houden meer aan.

     

    Politiek consumentisme

    Nederlanders hebben het maar goed getroffen met hun overheid, zo is de algemeen heersende opvatting. En vergeleken met veel landen in de wereld kan het slechter, veel slechter.
    Maar is dat de maatstaf? Is een volwassen democratische samenleving niet voortdurend in ontwikkeling naar een hoger niveau van samen-leven? In een land waar veel burgers van zichzelf vinden niet capabel te zijn voor rechtstreekse invloed op de politieke besluitvorming door middel van bijvoorbeeld referenda, moeten ook de overheden zich heel gelukkig voelen. Burgers/bewoners die te druk zijn om relevante politieke informatie door te lezen, om zich te informeren over opties, met elkaar in debat te gaan, of het eens per 4 jaar invullen van de stemwijzer al voldoende vinden voor het maken van hun politieke keuze, zijn een cadeautje voor hen die bij de overheid hun eigen ding willen doen en dat doordrukken.

    Bewoners/burgers die terugschrikken voor macht, zullen genoegen moeten nemen met een plaatsje op de reservebank van politiek en markt.

    Ambtelijke obstructie

    In een land waar we de koning gewoon Willem mogen noemen en de minister-president breedlachend op de fiets naar zijn werk gaat, moeten burgers toch wel op hun wenken bediend worden.
    Maar voor wie in zijn buurt met een initiatief werkelijk het verschil wil maken, ontmoet een heel andere realiteit. Dan blijken politici vooral in woord bewonersinitiatieven in de etalage te zetten, maar als er harde keuzes nodig zijn, haken zij af en leunen zij -uit angst voor een mogelijk foute beslissing- op hun ambtenaren. En daar loopt de boel vast.
    Wat de initiatiefnemer ook doet, welke argumenten hij ook aanhaalt, hoe vaak hij ook met een mapje onder zijn arm het stadskantoor in- en uitwandelt, als het initiatief niet naar de zin van de ambtenaren is, vage andere belangen in de weg lijkt te zitten, volgt een onneembare blokkade van zwakke argumenten, van het kastje-naar-de-muur verwijzingen en uitstelgedrag. Wie dan de moed heeft om hoger op te gaan, de publiciteit zoekt en daarmee macht tracht te mobiliseren, ontmoet het grimmige gezicht van de tegenmacht. Dan komen de bedreigingen: wie de moed heeft om naar de wethouder te stappen of -nog erger- de gemeenteraad, pleegt hoogverraad en zal alle medewerking van de ambtenaar verspelen.

    Macht reageert alleen op tegenmacht

    De bewoner die als burger, als kiezer, zich maximaal eens per 4 jaar, met het stembiljet, de toekomst van de samenleving denkt te beïnvloeden, ziet nu dat er meer nodig is. Als burgerinitiatiefnemer ervaart hij nu dat belangrijke veranderingen in de samenleving niet zonder machtsvorming kunnen. Een constatering die veel politiek gemakzuchtige burgers niet in daden willen of durven om te zetten en haken daarmee gedwee af. Einde initiatief.
    Vanaf Emmerich en verder oostwaarts, weet de burger dat. Daar realiseren zij zich dat macht alleen bereid is tot wijken door tegenmacht. Een bezetting, een protestdemonstratie, een kraakactie, een blokkade, harde publicitaire actie.
    In de film ‘Das Gegenteil von Grau‘ toont de Berlijnse filmer Matthias Coers hoe bewoners in het Ruhrgebied geen genoegen nemen met een ‘nee’ van hun overheid en strijdvaardig zijn. Jongeren, maar ook 60-plussers, zijn bereid tot acties die vervelende reacties van hun lokale overheid oproepen. Ze schrikken er niet voor terug. Ook het hierom veel geroemde Berlijn zit vol met dit soort door vormen van activisme afgedwongen bewonersinitiatieven.
    Zolang Nederlandse bewoners/burgers daarvoor terugschrikken, zullen zij genoegen moeten nemen met een plaatsje op de reservebank van politiek en markt.

  • Meer van onze leden

    Bewonersorganisatie Beijum

    Bewonersorganisatie Beijum

    Bewonersorganisatie Beijum (BOB) in de stad Groningen wil samen met zoveel mogelijk bewoners en andere betrokkenen ...

    Lees meer >
    Dorpscoöperatie Gerkesklooster Stroobos

    Dorpscoöperatie Gerkesklooster Stroobos

    Dorpscoöperatie Gerkesklooster-Stroobos heeft een generatiehuis opgericht in het voormalige schoolgebouw van het ...

    Lees meer >
    Hart voor de K-buurt

    Hart voor de K-buurt

    In Amsterdam Zuidoost Samen is een brede coalitie van Amsterdammers uit de K-buurt (metrostation Kraaiennest) ...

    Lees meer >