Bedreiging buurthuizen voor Horeca ongegrond

  • De ronkende tekst in de Telegraaf trok onze aandacht: “Horeca bevecht subsidieslurper”. Aanleiding: een onderzoek van de Koninklijke Horeca Nederland onder haar eigen leden naar oneerlijke concurrentie. Horecabedrijven gevraagd naar hun ervaren concurrentie van sociaal- en culturele instellingen. Buurt- en dorpshuizen zouden in hoge mate bijdragen aan oneerlijke concurrentie. Vooruit: onze reactie.

    De waarde van ontmoetingsplekken

    Horeca levert een belangrijke bijdrage aan het leefklimaat en levendigheid van wijken en dorpen. Zo doen dorpshuizen, wijkhuizen, ontmoetingsplekken en culturele centra dat ook. Ze zorgen voor sociale samenhang, zorg voor elkaar, een rijk cultureel leven en zijn houvast voor veel inwoners van Nederland. Het belang van een laagdrempelige ontmoetingsplek in wijken en dorpen van Nederland wordt door iedereen onderkend. Het creëren van een plek voor horeca is nooit het primaire doel van een dorps- of wijkhuis. Horeca is slechts een van de (vele) middelen om andere sociale doelen te bereiken.

    Concurrentie; feit of gevoel?

    Zoals het onderzoek weinig precies is in hoe concurrentie wordt ervaren (van horeca BV’s tot grote culturele instellingen, sportkantines en buurt- en dorpshuizen) is het ook niet erg precies in haar onderzoeksopzet. Gelardeerd met enkele voorbeelden, maar niet onderzocht of de ervaring van concurrentie ook correct is. Loopt horeca veel klandizie mis? Deze dorps- en wijkhuizen zijn vaak gevestigd op plaatsen (in wijken buiten het centrum, in kleine kernen met nauwelijks voorzieningen) op horecaluwe plekken in de stad. Nabijheid, bereikbaarheid, programmering en sfeer zijn daarin belangrijk voor de mensen die er gebruik van maken. En niet het aanbod van eten of drinken.

    Bezoekers van deze voorzieningen zijn vaak niet kapitaalkrachtig of hun bestedingspatroon ziet er heel anders uit dan dat van de gemiddelde horeca-bezoeker. Op basis van ervaringscijfers en eigen benchmarks van LSA blijkt dat horeca een kleine tot marginale inkomstenbron is voor zelfstandige buurt- en dorpshuizen of ontmoetingsplekken.

    Appels en peren

    Het is dan ook appels met peren vergelijken; dorps- en wijkhuizen leveren een heel andere waarde (en om in termen van de markt te spreken ook een heel ander product). Je kunt dus ook niet spreken over concurrentie. Bij concurrentie is er een strijd tussen verschillende partijen om schaarse bronnen of een doel te bereiken dat door zijn aard slechts voor enkelen is weggelegd. De doelen van buurt- en dorpshuizen zijn totaal verschillende met die van horeca-gelegenheden.

     Gemeenten hebben voldoende gereedschap in huis

    Iedere gemeente kent een strenge set aan afspraken waarin horeca wordt beschermd in de para-commerciële verordening. We herkennen het beeld niet dat hier laks mee wordt omgegaan (in handhaving) of dat deze te ruim zijn vormgegeven. In tegenstelling; sociaal-culturele activiteiten worden nogal snel verdacht gemaakt. Ook het frame van subsidieslurpers (door KHN werd een verwijzing naar het Telegraaf-bericht onmiddellijk geplaatst op de website) is niet alleen flauw maar ook onterecht. Het hoeft geen toelichting dat de laatste jaren de subsidies enorm zijn teruggedrongen. Dorpshuizen zijn vaak al lange tijd zelfstandig, ook buurthuizen zijn in de crisisjaren steeds vaker verzelfstandigd. Subsidies worden eerder uitzondering dan regel.

     Maatwerk en geen rol voor Den Haag

    Het land kent voldoende succesvolle voorbeelden waarin de gemeente de spelregels in samenspraak maakt met horeca en verenigingsleven. In Raalte maakte iedere dorpskern haar eigen afspraken. In stadswijken werken horeca en wijkhuizen aan eigen afspraken over een goede samenwerking. Het gebruik maken van elkaars voorzieningen en aanbod is zeker geen uitzondering. Amsterdam Oost en Raalte laten zich slecht met elkaar vergelijken. Dat gecombineerd met de instrumenten die de Drank- en Horecawet en de wet Markt en Overheid kent, verder geëxpliciteerd in lokale regelgeving maakt dat gemeenten meer dan voldoende middelen in handen hebben om sporadische gevallen van oneerlijke concurrentie bespreekbaar te maken en aan te pakken.

     Waardering

    Vrijwel ieder jaar laait de discussie weer op over oneerlijke concurrentie. Een oordeel van de Kamer (op 17 mei vergadert zij over het alcoholbeleid) dat het verwijt van oneerlijke concurrentie niet van toepassing is op buurt- en dorpshuizen en aanvullende maatregelen niet noodzakelijk zijn steunt de duizenden vrijwilligers die bijdragen aan een inclusieve en veerkrachtige samenleving. Een blijk van waardering voor al hun passie en inzet en vooral ook voor de enorme maatschappelijke waarde die gezamenlijk wordt gecreëerd.

     

  • Meer van onze leden

    BewonersBedrijf Delfzijl Noord

    BewonersBedrijf Delfzijl Noord

    “We kunnen het zelf beter, goedkoper en duurzamer!” Een BewonersBedrijf is een bijzonder bedrijf. Het is een ...

    Lees meer >
    De Nieuwe Banier

    De Nieuwe Banier

    De Nieuwe Banier is een bewonersorganisatie die het gebouw De Nieuwe Banier exploiteert. Ze zitten in de ...

    Lees meer >
    BuurtWerkKamer Coöperatie

    BuurtWerkKamer Coöperatie

    De Buurtwerkkamers zijn kleine ruimtes (50 tot 100 m2) in de buurt waar (a) buurtbewoners en buurtondernemers elkaar ...

    Lees meer >