LSA is voor en van actieve bewoners
Bel ons: +31(0) 30 231 75 11

Interview Linda Voortman

Het LSA pleit al lange tijd voor buurtrechten, waaronder het recht om gemeentelijke taken over te nemen, het Right to Challenge. Dit heeft er onder andere toe geleid dat Linda Voortman (GroenLinks) en Otwin van Dijk (PvdA) de motie Right to Challenge in de Wmo indienden. Het Right to Challenge krijgt steeds meer voeten in de aarde. Het is opgenomen in Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), bewonersgroepen gebruiken het Right to Challenge om taken over te nemen en verschillende gemeenten experimenten met deze mogelijkheid. Een mooi moment om Linda Voortman te vragen naar haar visie op buurtrechten.

Linda Voortman, je hebt samen met Otwin van Dijk een motie Right to Challenge in de Wmo ingediend. Waarom is dat belangrijk voor je?
‘Ik vind het belangrijk dat bewoners zelf de regie nemen over hun woonomgeving. Als bewoners het zelf doen, zijn ze tevredener over de kwaliteit en voelen ze zich meer betrokken. De kwaliteit van een dienst wordt dan beter en het gevoel van autonomie neemt toe. Dit probeer ik op verschillende plekken toe te passen, zoals het persoongebondenbudget in de zorg. Ik sta positief tegenover buurtrechten en bij elke wet die voorbijkomt denk ik ‘kan ik daar wat mee’. Volgens mij past Right to Challenge heel goed binnen de Wmo. Daar zag ik meteen een praktische toepassing. Als bewoners denken dat ze het beter kunnen dan de gemeente, vind ik dat dat moet kunnen.
Volgens mij past Right to Challenge het meest concreet in de Wmo. Ik ben bij sociale zaken bezig met de regelarme bijstand en daar past buurtrechten ook in. En bij de ouderparticipatiecrèches waarbij ouders onderling kinderopvang regelen. Ik ben een groot voorstander van bewoners de gelegenheid geven om dingen zelf op te pakken.’

Het Right to Challenge is één buurtrecht binnen het hele pakket waar LSA voor pleit. Hoe sta je tegenover de invoering van het hele pakket aan buurtrechten?
‘Ik sta heel positief tegenover het pakket aan buurtrechten. Er is recent een kameroverleg geweest over buurtrechten en dan merk je dat andere partijen bang zijn dat het helemaal volgebouwd wordt met regels. Maar zo zie ik het niet. Met buurtrechten kun je handvatten voor de burgers vastleggen in de wet. Bewoners en overheid hebben een ongelijke positie, dus ik vind het belangrijk om bepaalde dingen voor bewoners vast te leggen.’

In een ideale wereld zijn buurtrechten vanzelfsprekend.




Hoe hoorde je voor het eerst over buurtrechten?DSC_0121
‘Dat moet bij het LSA zijn geweest. Ik ben naar een aantal Landelijke Bewonersdagen van het LSA geweest en bij het debat rond de verkiezingen van 2012. Toen ging het al over buurtrechten, maar ik heb er al eerder over gehoord, tijdens de Landelijke Bewonersdag van 2011.’

Welke rol speelde het LSA in je beeld van buurtrechten en je beslissing om ervoor te pleiten?
‘Ik zie het LSA echt als aanjager en emanciperend. De organisatie van actieve bewoners is in ontwikkeling. Het gaat niet meer alleen over verenigingen van bewoners, mensen blijven niet meer 30 jaar lid van een wijkplatform. De groep actieve bewoners is steeds meer divers en het LSA ontwikkelt zich daarin mee, van een focus op aandachtswijken naar een focus op actieve bewoners. Ik zie het LSA vooral als vereniging die bezig is met de vraag: hoe kun je als bewoners actiever worden?’

In een ideale wereld, waar staan wij dan over 10 jaar met buurtrechten?
‘In een ideale wereld zijn buurtrechten vanzelfsprekend. Als er iets nieuws opgezet wordt op het gebied van zorg, wonen, wijken, enzovoorts kijkt de overheid eerst naar de ruimte voor bewoners om het zelf te doen. We moeten natuurlijk niet vergeten dat sommige mensen daar niet toe in staat zijn en naar de overheid kijken.
Het organiseren van buurtrechten kost misschien wel evenveel tijd als het organiseren van zorg voor burgers, maar geeft hen veel meer ruimte. Over 10 jaar denkt de overheid ‘hoe kunnen we initiatief van bewoners faciliteren?’ Dat vraagt een veranderingsslag waarbij de overheid dienstbaarder wordt. De motie is nu aangenomen en dat is een begin. Right to Challenge is pionieren. Dat het nu in de wet is opgenomen, betekent niet dat het ook in de praktijk meteen vorm krijgt. Het vraagt om een hele andere mentaliteit. Ambtenaren, maar ook Kamerleden zoals ik, zijn gewend om te regelen voor burgers. Dat moeten we niet meer doen. Tegelijkertijd vraagt het ook een cultuuromslag van bewoners, waardoor zij beseffen dat ze de regie kunnen nemen over hun leefomgeving.’

We hebben samen met Movisie en Vilans in opdracht van het ministerie van VWS een kompas Right to Challenge geschreven om het invoeren en gebruiken makkelijker te maken voor gemeenten en bewoners. Welke uitdagingen op zie jij op dat gebied?
‘Het is lastig omdat deze ontwikkeling gepaard gaat met grote bezuinigingen. Buurtrechten zijn geen bezuinigingen. Als bewoners taken overnemen is dat niet per definitie goedkoper. Wat dat betreft zie ik dat het invoeren van Right to Challenge lastig is: het is financieel krapper en vraagt een andere mentaliteit. Het vergt ook veel van bewoners om taken van de overheid over te nemen. Van alle partijen vraagt het dus een aanpassing, van gemeenten, bewoners en Kamerleden. Het is voor mezelf ook moeilijk.
De overheid is gewend om te zeggen ‘dit zijn de regels’. Dat verandert. De overheid zet de algemene kaders maar vertelt niet meer op welke manier het precies moet. Volgens mij zou de overheid meer kunnen sturen op het doel. Het doel is bijvoorbeeld dat de zorg goed is. Maar de manier waarop we daar komen wordt niet vastgelegd.’